Ondernemingsrecht
niet ontvankelijkheid, kosten van het geding
Gerechtshof Amsterdam, 6 november 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:5046 · Gerechtshof Amsterdam · 6 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2017-5046
Zaakgegevens
Op 6 november 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 november 2017
- Datum publicatie
- 8 december 2017
- Zaaknummer
- 200.223.249/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. R.D Rischen</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. J.P.M Borsboom</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. J.P.M Borsboom</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:5046
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
niet ontvankelijkheid, kosten van het geding
Uitspraak
beschikking
_______________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.223.249/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 6 november 2017
inzake
[A] ,
voorheen wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. R.D. Rischen, kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ADCIM BEHEER B.V.,
gevestigd te Giessenburg,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. J.P.M. Borsboom, kantoorhoudende te Rotterdam,
en tegen
[B] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. J.P.M. Borsboom, kantoorhoudende te Rotterdam,
1 Het verloop van het geding
Partijen worden hierna als volgt aangeduid:
-
verzoekster met [A] ;
-
verweerster met Adcim Beheer;
-
belanghebbende met [B] ;
[A] heeft bij op 15 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Adcim Beheer te bevelen, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen en Adcim Beheer te veroordelen in de kosten van het geding.
Bij op 18 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Rischen namens [A] de producties 16 en 17 in het geding gebracht.
Adcim Beheer en [B] hebben bij op 28 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht [A] in haar verzoek niet ontvankelijk te verklaren althans het verzoek af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van het geding.
Bij op 5 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Rischen namens [A] de producties 18 tot en met 21 in het geding gebracht.
Bij op 6 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Borsboom namens Adcim Beheer en [B] de producties 13 tot en met 15 in het geding gebracht.
Bij e-mailbericht van 11 oktober 2017 om 13:12 uur gericht aan de Ondernemingskamer heeft mr. Rischen namens [A] het verzoek bedoeld onder 1.2 ingetrokken. In de brief die als bijlage bij het e-mailbericht is gevoegd staat dat om [A] moverende redenen, mede ingegeven door het feit, dat er weer enig overleg mogelijk lijkt te zijn tussen haar en haar echtgenoot, [B] , [A] haar verzoek intrekt.
De secretaris van de Ondernemingskamer heeft bij brief van 11 oktober 2017 de advocaten van partijen geïnformeerd dat mr. Rischen namens [A] de verzoeken in deze zaak heeft ingetrokken, dat de voor 12 oktober 2017 geplande mondelinge behandeling niet door zal gaan en dat zonder schriftelijke tegenbericht uiterlijk op 23 oktober 2017 de Ondernemingskamer het dossier zal sluiten.
Mr. Borsboom heeft bij op 12 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen V-formulier de Ondernemingskamer verzocht [A] te veroordelen in de kosten van de procedure. Daartoe heeft mr. Borsboom – onder andere – aangevoerd dat het verzoekschrift minder dan 24 uur vóór de mondelinge behandeling is ingetrokken en dat uit de toelichting moet worden afgeleid dat het verzoekschrift is ingediend om overleg tussen [A] en [B] in de echtscheidingsprocedure te forceren, hetgeen kwalificeert als oneigenlijk gebruik van de enquête bevoegdheid.
Bij brief van 16 oktober 2017 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid gesteld te reageren op het bericht van mr. Borsboom bedoeld in 1.9.
Bij op 16 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen V-formulier heeft [A] de Ondernemingskamer bericht dat – kort gezegd–het verzoek is ingetrokken in verband met nader overleg met de advocaat van [B] in de echtscheidingsprocedure om de verstandhouding niet op de spits te drijven en dat het verzoekschrift is ingediend vanwege reëele bezwaren die [A] had en niet vanwege de echtscheidingsprocedure. Adcim dient daarom in de kosten van de procedure veroordeeld te worden, aldus [A] .
2 De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. [A] heeft haar verzoek ingetrokken. Dit betekent dat het verzoek geen beoordeling en beslissing meer behoeft en dat [A] niet ontvankelijk in haar verzoek is.
Nu het verzoek van [A] is ingetrokken na indiening van het verweerschrift door Adcim Beheer en [B] en minder dan 24 uur vóór de mondelinge behandeling op 12 oktober 2017, zal de Ondernemingskamer [A] verwijzen in de kosten gevallen op dit geding aan de zijde van Adcim Beheer en [B] . Nu niet gesteld of gebleken is dat [A] het instellen van het verzoek gelet op de evidente ongegrondheid ervan achterwege had moeten laten, ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding om [A] tot meer dan de kosten volgens het gebruikelijke, forfaitaire tarief te veroordelen.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
verklaart [A] niet ontvankelijk in haar verzoek;
verwijst [A] in de kosten van het geding tot op heden, aan de zijde van Adcim Beheer B.V. en [B] begroot op € 3.398;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
De beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. M.A. Goslings, raadsheren, en drs. P.R. Baart en drs. C. Smits-Nusteling, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 6 november 2017.