Ondernemingsrecht

Gerechtshof Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Ondernemingsrecht

Gerechtshof Amsterdam, 29 maart 2018

Zaakgegevens

Op 29 maart 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 maart 2018
Datum publicatie
10 april 2018
Zaaknummer
200.220.061/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:1150
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

aanwijzing commissaris

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer : 200.220.061/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 29 maart 2018

inzake

1 [A] ,

wonende te [....] ,

2. [B],

en

3. [C],

beiden wonende te [....] ,

VERZOEKERS,

advocaten: mr. M.J.W. van Ingen en mr. M. Franke, beiden kantoorhoudende te Den Bosch,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[D] ,

gevestigd te [....] ,

advocaten: mr. R.M. Leeuwenburgh en mr. M. Hoogendoorn, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[E] ,

gevestigd te [....] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[F] ,

gevestigd te [....] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[G] ,

gevestigd te [....] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[H] ,

gevestigd te [....] ,

advocaten: mr. I. Wassenaar en L. Stoppels, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

VERWEERSTERS,

e n t e g e n

1. de stichting

[I] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDE

advocaten: mr. R.M. Leeuwenburgh en mr. M. Hoogendoorn, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

2 [J] ,

wonende te [....] ,

3. [K],

wonende te [....] ,

4. [L],

wonende te [....] ,

5. [M],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

in persoon verschenen,

e n t e g e n

6 [A] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. M.J.W. van Ingen en mr. M. Franke, beiden kantoorhoudende te Den Bosch.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikking in deze zaak van 28 maart 2018.

1.2

Bij de beschikking van 28 maart 2018 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [E] (verder: [E] ) over de periode vanaf 9 december 2015 zoals omschreven in rechtsoverweging 3.16-3.17 van die beschikking en heeft de Ondernemingskamer een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd als commissaris van [E] .

2 De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als commissaris van [E] als bedoeld in de beschikking van 28 maart 2018.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst aan als commissaris als bedoeld in de beschikking van de Ondernemingskamer van 28 maart 2018 in deze zaak: drs. H.A.F.M. Kroese te Hilversum;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 29 maart 2018.