Ondernemingsrecht
Beëindiging van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen
Gerechtshof Amsterdam, 29 juni 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:2141 · Gerechtshof Amsterdam · 29 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2018-2141
Zaakgegevens
Op 29 juni 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 juni 2018
- Datum publicatie
- 2 juli 2018
- Zaaknummer
- 200.215.070/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. T Welschen</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. R.C van Wieringhen Borski</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. R.C van Wieringhen Borski
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:2141
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beëindiging van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen
Uitspraak
beschikking
_____________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer : 200.215.070/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 29 juni 2018
inzake
1 [A] ,
wonende te [....] ,
2. [B],
wonende te [....] ,
3. [C],
wonende te [....] ,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. T. Welschen, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AEON PLAZA HOTELS HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. R.C. van Wieringhen Borski, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1 [D] ,
wonende te [....] ,
advocaat: mr. R.C. van Wieringhen Borski, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de vennootschap naar vreemd recht
NORTRA HOLDING N.V.,
gevestigd te Curaçao,
3. [E],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
niet verschenen.
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 10 april 2018.
Bij de beschikking van 10 april 2018 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Aeon Plaza Hotels Holding B.V. (verder: Aeon Plaza) over de periode vanaf 1 januari 2015 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding [D] (verder: [D] ) als bestuurder van Aeon Plaza geschorst, een nader aan te wijzen persoon benoemd tot bestuurder van Aeon Plaza, en bepaald dat de 5.768 aandelen die Nortra Holding N.V. (verder: Nortra) in Aeon Plaza houdt ten titel van beheer aan een nader aan te wijzen persoon zijn overgedragen. Eveneens bij beschikking van 10 april 2018 heeft de Ondernemingskamer mr. M. Wolters (verder: Wolters) als onderzoeker, mr. J.C. Jaakke (verder: Jaakke) als bestuurder en dr. mr. C.B. Schutte (verder: Schutte) als beheerder aangewezen.
Bij brief van 28 juni 2018 heeft Jaakke, mede namens partijen, de Ondernemingskamer onder andere bericht dat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt en dat partijen zijn overeengekomen dat de enquêteprocedure en de door de Ondernemingskamer getroffen onmiddellijke voorzieningen kunnen worden beëindigd. Namens partijen verzoekt Jaakke de Ondernemingskamer om het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen zodra de notaris, mr. E.H. Rozelaar (verder: de notaris), de Ondernemingskamer heeft geïnformeerd dat de leveringsakten met betrekking tot (i) de inkoop van de door [A] , [B] en [C] gehouden aandelen in het kapitaal van Aeon Plaza door Aeon Plaza en (ii) verkoop (aan [D] ) en inkoop van alle door [E] gehouden aandelen in het kapitaal van Aeon Plaza door Aeon Plaza zijn gepasseerd. Verder heeft Jaakke bevestigd dat Schutte, Wolters en hijzelf de in rekening gebrachte vergoedingen voor hun werkzaamheden hebben ontvangen. Bij e-mails van diezelfde dag hebben zowel Wolters als Schutte ingestemd met het verzoek van Jaakke en heeft Schutte bevestigd dat hij de in rekening gebrachte vergoeding voor zijn werkzaamheden van Aeon Plaza heeft ontvangen. Verder heeft mr. Van Wieringhen Borski de Ondernemingskamer bericht dat [D] instemt met voormeld verzoek van Jaakke en dat hij eveneens Nortra heeft verzocht in te stemmen met het verzoek van Jaakke en dat [F] , senior account manager legal bij Intertrust (Curaçao) B.V., namens Nortra, per e-mail heeft bevestigd akkoord te zijn met het verzoek van Jaakke. Een kopie van die e-mail is bij de brief gevoegd. Eveneens heeft mr. Welschen per e-mail bevestigd dat [A] , [B] en [C] instemmen met voormeld verzoek van Jaakke.
Op 29 juni 2018 te 13:35 uur heeft de notaris aan de secretaris van de Ondernemingskamer telefonisch bevestigd dat de in 1.3 bedoelde leveringsakten zijn gepasseerd.
2 De gronden van de beslissing
Nu alle bij deze procedure betrokken partijen hebben verzocht om het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen en de Ondernemingskamer overigens niet is gebleken van enig belang dat zich tegen de verzochte beëindiging verzet, zal de Ondernemingskamer dat verzoek inwilligen. De Ondernemingskamer zal derhalve het bij beschikking van 10 april 2018 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen, een en ander per 29 juni 2018 te 13:40 uur.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
beëindigt het bij de beschikking van 10 april 2018 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Aeon Plaza Hotels Holding B.V. per 29 juni 2018 te 13:40 uur;
beëindigt de bij de beschikking van 10 april 2018 getroffen onmiddellijke voorzieningen, per 29 juni 2018 te 13:40 uur;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema, en mr. A.J. Wolfs, en drs. J.S.T. Tiemstra RA en drs. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 29 juni 2018.