Ondernemingsrecht
OK; Enquete; verhoging onderzoekskosten
Gerechtshof Amsterdam, 22 oktober 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:4040 · Gerechtshof Amsterdam · 22 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2018-4040
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2018
- Datum publicatie
- 1 november 2018
- Zaaknummer
- 200.205.438/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. E.J Soerjatin</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. E.J Soerjatin</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:4040
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; Enquete; verhoging onderzoekskosten
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.205.438/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 22 oktober 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. C.F.W.A. Hamm en mr. drs. P.A. Brandsma, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW COMPANY INVESTMENTS HOLDING B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW COMPANY INVESTMENTS B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENRAF-NONIUS B.V.,
alle gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS,
advocaat: mr. E.J. Soerjatin, kantoorhoudende te Amsterdam (voorheen: mr. K.C. Mensink),
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BALIDE INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PASCOM ASSET MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. E.J. Soerjatin, kantoorhoudende te Amsterdam (voorheen: mr. K.C. Mensink),
e n t e g e n
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VANES B.V.,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. C.F.W.A. Hamm en mr. drs. P.A. Brandsma, beiden kantoorhoudende te Rotterdam.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6, 10 en 12 april 2017 in deze zaak.
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van New Company Investments Holding B.V., New Company Investments B.V. en Enraf-Nonius B.V. over de periode vanaf 1 januari 2015 tot heden, mr. J.H. Stek (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 30.000 mag kosten, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van New Company Investments Holding B.V.
Bij verzoekschrift van 24 mei 2018 heeft mr. J.P.M. Borsboom namens [A] verzocht om uitbreiding van het onderzoek alsmede tot het treffen van bepaalde aanvullende onmiddellijke voorzieningen. Voornoemd verzoek is behandeld op 13 september 2018 waarna partijen de Ondernemingskamer gezamenlijk hebben verzocht de beslissing op het verzoek met zes weken aan te houden.
Bij brief van 27 september 2018 heeft de onderzoeker verzocht het onderzoeksbudget te verhogen met € 25.000 tot in totaal € 55.000 (exclusief btw), onder bijvoeging van een urenspecificatie van de tot en met 13 september 2018 verrichte werkzaamheden, die sluit op een totaalbedrag van € 50.250 (exclusief btw).
Bij brief van 1 oktober 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich over dat verzoek uit te laten.
Bij e-mail van mr. D. Storm van 5 oktober 2018 hebben Enraf-Nonius B.V., New Company Investments B.V. en New Company Investments Holding B.V zich ter zake gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer heeft voor het overige geen reacties ontvangen.
2 De gronden van de beslissing
Ter toelichting van zijn verzoek heeft de onderzoeker een specificatie van de door hem verrichte werkzaamheden bijgevoegd en daarbij vermeld dat hij voor de afronding van het onderzoek verwacht nog circa € 5.000 te moeten besteden. De onderzoeker heeft daaraan toegevoegd dat het bedrag van de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget een eventuele uitbreiding van het onderzoek zoals door [A] is verzocht (zie 1.3) niet dekt. De voornaamste redenen van de overschrijding van het onderzoeksbudget zijn volgens de onderzoeker gelegen in de complexiteit en omstandigheden van het onderzoek. Het betreft een bewerkelijk en tijdrovend onderzoek omdat met name ten aanzien van de periode rond de totstandkoming van de samenwerking in 2001 betrekkelijk weinig documentatie voorhanden is, waardoor derden geïnterviewd moesten worden of gezocht moet worden naar documentatie elders, en partijen – ook ten aanzien van feitelijke punten – diametraal tegenover elkaar staan. Ook heeft het onderzoek gedurende de periode november 2017 tot februari 2018 op verzoek van partijen stilgelegen in verband met een poging tot mediation waarna het onderzoek weer moest worden hervat, aldus de onderzoeker.
De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Nu de onderzoeker zijn verzoek aan de hand van een door hem overgelegde urenspecificatie toereikend heeft onderbouwd, geen van partijen bezwaar heeft gemaakt tegen de verzochte verhoging en het verzochte bedrag de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal het verzoek van de onderzoeker worden ingewilligd.
Ten overvloede merkt de Ondernemingskamer nog het volgende op. Het verdient de voorkeur dat de onderzoeker, eerder dan hij thans heeft gedaan, om verhoging van het onderzoeksbudget vraagt en wel zodra hij voorziet dat het vastgestelde onderzoeksbudget niet toereikend zal zijn. Dat de onderzoeker naar zijn stelling partijen reeds in mei 2018 erop heeft gewezen dat het onderzoeksbudget zou worden overschreden doet daar niet aan af.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 6 april 2017 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van New Company Investments Holding B.V., New Company Investments B.V. en Enraf-Nonius B.V. ten hoogste mag kosten tot € 55.000 (exclusief btw);
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van New Company Investments Holding B.V. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dient te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. J. den Boer, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, prof. drs. E. Eeftink RA, drs. C. Smits-Nusteling RC, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 22 oktober 2018.