Ondernemingsrecht
OK; enquête; aanwijzing onderzoeker op verzoek van partijen
Gerechtshof Amsterdam, 24 juni 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2303 · Gerechtshof Amsterdam · 24 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2019-2303
Zaakgegevens
Op 24 juni 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 juni 2019
- Datum publicatie
- 9 juli 2019
- Zaaknummer
- 200.237.414/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. P.C Veerman</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. L.M Graal</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2303
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquête; aanwijzing onderzoeker op verzoek van partijen
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.237.414/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 juni 2019
inzake
1 [A] ,
wonende te [....] ,
2. [B],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. K. Rutten en mr. J.L. van Maanen, beiden kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. P.C. Veerman, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1 [D] ,
wonende te [....] ,
2. [E] ,
p/a [F] te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. L.M. Graal, kantoorhoudende te Amsterdam.
1 Het verloop van het geding
In het vervolg zal verweerster worden aangeduid als [C] .
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 2 juli 2018 en 4 juni 2019.
Bij die beschikkingen heeft zij – voor zover van belang voor het onderhavige verzoek – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [C] over de periode vanaf 1 januari 2016, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 30.000 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen) en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van [C] en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen. Voorts heeft zij, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen vooralsnog voor de duur van het geding, F.J.J. Demeijer benoemd tot zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder met beslissende stem, zonder wie [C] niet vertegenwoordigd kan worden, en mr. dr. C.R. Huiskes benoemd tot beheerder van aandelen aan wie alle aandelen in [C] met uitzondering van steeds één aandeel van ieder van de aandeelhouders (waarbij de [E] als één aandeelhouder worden gezien) ten titel van beheer zijn overgedragen. De Ondernemingskamer heeft overwogen dat zij de aanwijzing van een onderzoeker zal aanhouden opdat kan worden bezien of reeds door de te treffen onmiddellijke voorzieningen een oplossing van het geschil kan worden bereikt en bepaald dat ieder der partijen of de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder of beheerder op elk moment de Ondernemingskamer kan verzoeken de onderzoeker aan te wijzen.
Bij e-mail van 21 juni 2019 hebben mr. Rutte en mr. Van Maanen namens [A] en [B] de Ondernemingskamer verzocht een onderzoeker aan te wijzen.
2 De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als onderzoeker, als bedoeld in de eerste beschikking in deze zaak van 2 juli 2018.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als onderzoeker als bedoeld in de eerste beschikking van de Ondernemingskamer in deze zaak van 2 juli 2018: mr. drs. T.S. Jansen te Amsterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en mr. drs. G. Boon, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 juni 2019.