Ondernemingsrecht

Ok; enquête; aanwijzing tijdelijk bestuurder

Gerechtshof Amsterdam, 23 september 2019

Zaakgegevens

Op 23 september 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
23 september 2019
Datum publicatie
7 oktober 2019
Zaaknummer
200.265.859/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. J.E Stam</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. B.E.J.M Tomlow</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:3595
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ok; enquête; aanwijzing tijdelijk bestuurder

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.265.859/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 23 september 2019

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. J.E. Stam, kantoorhoudende te Naarden,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [....] ,

VERWEERSTER,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. B.E.J.M. Tomlow, kantoorhoudende te Utrecht.

1. Het verloop van het geding

1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking in deze zaak van 20 september 2019.

1.2 Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [B] (hierna ook: [B] ) over de periode vanaf 1 januari 2018 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Tevens heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding, [A] en [C] geschorst als bestuurders van [B] , onder gelijktijdige benoeming – voor zover nodig in afwijking van de statuten – van een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van [B] .

2 De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als bestuurder, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 20 september 2019.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst aan als bestuurder zoals bedoeld in de beschikking van 20 september 2019 in deze zaak: mr. B.M.A. van Hussen te Amsterdam;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.R. Baart en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2019.