Ondernemingsrecht
Gerechtshof Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Ondernemingsrecht
Gerechtshof Amsterdam, 19 december 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:4694 · Gerechtshof Amsterdam · 19 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2019-4694
Zaakgegevens
Op 19 december 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 december 2019
- Datum publicatie
- 2 januari 2020
- Zaaknummer
- 200.248.908/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- voorheen <emphasis role="bold">mr. M. Hoogenboom</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:4694
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
kosten beschikking
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.248.908/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 19 december 2019
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WAVES ASSET MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERZOEKSTER,
advocaat: voorheen mr. M. Hoogenboom, kantoorhoudende te Rotterdam, thans mr. P.T.P Hendriks, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PARHELION B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. J.P.R.C. de Jonge en mr. S. Velthuizen, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RAPTOR ASSET MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ZEUS HOLDING GROUP B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. J.P.R.C. de Jonge en S. Velthuizen, beiden kantoorhoudende te Rotterdam.
1 Het verloop van het geding
Verzoekster, verweerster en belanghebbenden worden hierna (ook) aangeduid met respectievelijk WAM, Parhelion, Raptor en Zeus.
WAM heeft bij op 2 november 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht – voor zover thans nog van belang – een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Parhelion, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen en Parhelion te veroordelen in de kosten van het geding.
Parhelion, Raptor en Zeus (verder: Parhelion c.s.) hebben bij op 21 november 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht WAM niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek althans het verzoek van WAM af te wijzen, met veroordeling van WAM in de kosten van het geding, het salaris van de advocaat van Parhelion c.s. daaronder mede begrepen en in de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 jo. 239 Rv, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking – en voor het geval dat voldoening niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
WAM heeft op 22 november 2018 de Ondernemingskamer verzocht de op 6 december 2018 geagendeerde mondelinge behandeling aan te houden. Mr. De Jonge heeft ingestemd met de aanhouding. De behandeling van de zaak is vervolgens door de Ondernemingskamer aangehouden.
WAM heeft op 24 juni 2019 de Ondernemingskamer verzocht een nieuwe datum van de mondelinge behandeling te bepalen.
Bij brief van 11 juli 2019 heeft de Ondernemingskamer aan partijen bericht dat de mondelinge behandeling van het verzoekschrift van WAM zal worden gehouden op 7 november 2019.
Op 17 oktober 2019 hebben Parhelion c.s. een aanvullend verweerschrift met producties ingediend.
Eveneens op 17 oktober 2019 heeft WAM het verzoek bedoeld onder 1.2 ingetrokken en de Ondernemingskamer verzocht Parhelion te veroordelen in de proceskosten dan wel te oordelen dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Bij e-mail van 18 oktober 2019 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer aan partijen bericht dat de mondelinge behandeling op 7 november 2019 niet door gaat en Parhelion c.s. in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek bedoeld onder 1.8 uit te laten.
Bij akte van 28 oktober 2019 heeft Parhelion c.s. aangevoerd dat het verzoek tot veroordeling van Parhelion in de proceskosten afgewezen dient te worden en hebben zij de Ondernemingskamer verzocht om WAM in de proceskosten te veroordelen zoals verwoord in het verweerschrift bedoeld onder 1.3.
Bij e-mail van 29 oktober 2019 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer WAM in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek van Parhelion c.s. bedoeld onder 1.10 uit te laten.
Bij antwoordakte van 5 november 2019 heeft WAM aangevoerd dat het verzoek tot veroordeling van WAM in de proceskosten afgewezen dient te worden en heeft zij de Ondernemingskamer verzocht Parhelion te veroordelen in de proceskosten dan wel te oordelen dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
2 De gronden van de beslissing
WAM heeft haar verzoek bedoeld onder 1.2 ingetrokken. Dit betekent dat dit verzoek geen beoordeling en beslissing meer behoeft en dat WAM niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
Nu het verzoek is ingetrokken voorafgaand aan de mondelinge behandeling maar na indiening door Parhelion c.s. van een verweerschrift (1.3) en een aanvullend verweerschrift (1.7), zal de Ondernemingskamer overeenkomstig het verzoek van Parhelion c.s. WAM verwijzen in de kosten gevallen op dit geding. In de stelling van WAM dat als gevolg van het handelen van [A] en [B] , Parhelion in liquidatie verkeert (sinds 6 september 2019) en over onvoldoende financiële middelen beschikt en dat daarom het beoogde doel van het geding niet bereikt kan worden, ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. De Ondernemingskamer acht geen termen aanwezig voor de door WAM bepleite kostencompensatie. De Ondernemingskamer ziet evenmin aanleiding om WAM tot meer dan de kosten volgens het gebruikelijke, forfaitaire tarief te veroordelen.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
verklaart Waves Asset Management B.V. niet-ontvankelijk in haar verzoek;
veroordeelt Waves Asset Management B.V. in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van Parhelion B.V., Raptor Asset Management B.V. en Zeus Holding Group B.V. begroot op € 1.800 en op € 157 voor nasalaris, te vermeerderen met € 82 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van deze beschikking plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na deze beschikking dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, drs. M.A. Scheltema en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 19 december 2019.