Ondernemingsrecht

OK; enquête; vaststelling onderzoeksbedrag

Gerechtshof Amsterdam, 22 april 2020

Zaakgegevens

Op 22 april 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
22 april 2020
Datum publicatie
23 april 2020
Zaaknummer
200.263.544/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:1156
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK; enquête; vaststelling onderzoeksbedrag

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.263.544/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 22 april 2020

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARROBEL B.V.,

gevestigd te Vught,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. B.W. Brouwer en mr. H.R. Pleiter, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARROBEL B.V.,

gevestigd te Vught,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NATUURBOUW REALISATIE B.V.,

gevestigd te Oisterwijk,

2. [A],

wonende te [....] ,

3. [B],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. P.J. van der Korst en mr. A van Vugt, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

4. de stichting

[C] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 16 en 17 januari 2020.

1.2

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Marrobel B.V. over de periode vanaf 3 mei 2012 tot 20 september 2017, mr. H. Reumkens (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek mag kosten aangehouden.

1.3

In de beschikking van 16 januari 2020 heeft de Ondernemingskamer de onderzoeker verzocht om een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken (r.o. 3.26 van die beschikking).

1.4

De onderzoeker heeft bij e-mail van 9 april 2020 een (definitief) plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer gezonden.

1.5

De secretaris van de Ondernemingskamer heeft (de advocaten van) partijen bij e-mail van 10 april 2020 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten.

1.6

Bij e-mail van 16 april 2020 heeft mr. Pleiter de Ondernemingskamer namens Marrobel B.V. bericht de begroting zoals opgenomen in het plan van aanpak te aanvaarden.

1.7

Eveneens bij e-mail van 16 april 2020 heeft mr. Van der Korst zich namens Natuurbouw Realisatie B.V., [A] en [B] gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer voor wat betreft de begroting van de kosten.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De onderzoeker heeft de totale kosten van het onderzoek begroot op € 77.000 inclusief een opslag van € 2.500 voor eventueel verschuldigde BTW, verschotten en kantoorkosten.

2.2

Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting komt de Ondernemingskamer ruim voor, maar de Ondernemingskamer acht deze, gelet op de omvang van het te verrichten onderzoek, niet onredelijk. De Ondernemingskamer gaat ervan uit dat de onderzoeker kantoorgenoten zal inzetten waar dat leidt tot een beperking van de kosten.

2.3

Gelet op het voorgaande zal de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 77.000 inclusief BTW, verschotten en kantoorkosten.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 77.000 inclusief BTW, verschotten en kantoorkosten;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. P.R. Baart en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2020.