Ondernemingsrecht

OK; enquêterecht; de Ondernemingskamer stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast

Gerechtshof Amsterdam, 18 december 2020

Zaakgegevens

Op 18 december 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 december 2020
Datum publicatie
5 januari 2021
Zaaknummer
200.278.849/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. J.A Endtz</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. M.J.W van Ingen</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. M.J.W van Ingen</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:3721
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK; enquêterecht; de Ondernemingskamer stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.278.849/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 18 december 2020

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,

gevestigd te Vinkeveen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.

1 Het verloop van het geding

1.1

Verweerster wordt hierna aangeduid met VMV.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020 en 6 november 2020 in deze zaak.

1.3

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen, drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.

1.4

De onderzoeker heeft bij e-mail van 9 december 2020 een plan van aanpak van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gezonden. Door middel van het plan van aanpak heeft hij uiteengezet op welke wijze hij het aan hem opgedragen onderzoek zal uitvoeren. Daarin is een begroting met specificatie vervat van de kosten die naar verwachting in verband met het onderzoek zullen worden gemaakt. Deze kosten bedragen, inclusief het noodzakelijk inhuren van externe expertise, in totaal € 40.000 exclusief btw. De begroting gaat uit van een uurtarief van € 250 exclusief btw voor de onderzoeker.

1.5

Van de door de Ondernemingskamer aan partijen geboden gelegenheid te reageren op de begroting van de onderzoeker hebben mr. Endtz en mr. Van Ingen namens hun cliënten gebruik gemaakt bij hun e-mailberichten van respectievelijk 9 en 16 december 2020.

2 De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft door middel van de gespecificeerde begroting voldoende toegelicht hoeveel uren naar verwachting door hem aan bepaalde werkzaamheden dienen te worden besteed en welke overige kosten dienen te worden gemaakt. Het uurtarief van de onderzoeker is niet onredelijk, gezien de aard en omvang van de zaak, de te verrichten onderzoekswerkzaamheden en de kennis en ervaring van de onderzoeker. De begroting komt de Ondernemingskamer ook overigens niet onredelijk voor. Mr. Endtz en mr. Van Ingen hebben gemeld dat hun cliënten akkoord zijn met de begroting. De Ondernemingskamer zal het onderzoeksbudget dan ook op basis daarvan vaststellen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. G.C. Makkink op 18 december 2020.