Ondernemingsrecht
OK; enquêterecht; bepaling van de vergoeding van de onderzoeker
Gerechtshof Amsterdam, 11 juni 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:1857 · Gerechtshof Amsterdam · 11 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2021-1857
Zaakgegevens
Op 11 juni 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 juni 2021
- Datum publicatie
- 29 juni 2021
- Zaaknummer
- 200.271.377/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- voorheen mr. A.J Tekstra, <emphasis role="bold"> mr. M.J Meermans</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1857
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêterecht; bepaling van de vergoeding van de onderzoeker
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.271.377/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 11 juni 2021
inzake
de vennootschap naar het recht van Hongkong, China,
WINPLEX PACIFIC LIMITED,
gevestigd te Hongkong, China,
VERZOEKSTER,
advocaat: voorheen mr. A.J. Tekstra, thans mr. M.R.C. van Zoest, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PERMANENTO BEHEER B.V.,
gevestigd te Venhuizen,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J. Meermans, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROFIN B.V.,
gevestigd te Hoorn,
verschenen bij haar bestuurder [A] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
verschenen bij haar bestuurder [C] ,
3. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR PERMANENTO BEHEER,
gevestigd te Drechterland,
verschenen bij haar bestuurders [C] , [A] en [D] ,
BELANGHEBBENDEN.
1. Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zal verweerster worden aangeduid met Permanento Beheer.
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 2 en 7 september 2020, 23 oktober 2020 en 19 mei 2021 in deze zaak.
1.3 Bij de beschikkingen van 2 en 7 september 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Permanento Beheer over de periode vanaf 1 januari 2016, mr. H. de Coninck-Smolders te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.
1.4 Bij de beschikking van 23 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 35.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.5 Bij brief van 17 mei 2021 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Tevens heeft de onderzoeker bij die brief een einddeclaratie van 17 mei 2021 met specificatie van de in deze zaak in verband met het onderzoek gemaakte kosten aan de Ondernemingskamer gezonden. De daarin genoemde kosten bedragen in totaal € 35.669 exclusief btw. De onderzoeker heeft de Ondernemingskamer verzocht de kosten van het onderzoek op dit bedrag vast te stellen.
1.6 Bij de beschikking van 19 mei 2021 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden en partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de in 1.5 genoemde einddeclaratie met kostenspecificatie.
1.7 Geen van partijen heeft van de in 1.6 genoemde geboden gelegenheid tot uitlating gebruik gemaakt.
2 De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.5 genoemde stukken. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 35.669, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2021.