Ondernemingsrecht

OK; enquêterecht; het bedrag dat het bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken ten hoogste mag…

Gerechtshof Amsterdam, 14 januari 2021

Zaakgegevens

Op 14 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 januari 2021
Datum publicatie
9 februari 2021
Zaaknummer
200.186.913/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
voorheen <emphasis role="bold">mr. R.P Sijbrandij</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. A.I.D Jonkman, voorheen<emphasis role="bold"> mr. R.P Sijbrandij</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:301
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK; enquêterecht; het bedrag dat het bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken ten hoogste mag kosten wordt verhoogd; de kosten van het onderzoek worden op dit bedrag vastgesteld; de kosten van het onderzoek komen ten laste van de vennootschap

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.186.913/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 14 januari 2021

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SOOPS INVESTMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. J.W. de Groot, mr. M.V.A. Heuten en mr. H.M.E. van Baren, allen kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de naamloze vennootschap

FUND FOR ENERGY, INNOVATION, SUSTAINABILITY AND TECHNOLOGY N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EDG HOLDINGS B.V.,

gevestigd te Soest,

VERWEERSTERS,

advocaat: voorheen mr. R.P. Sijbrandij, kantoorhoudende te Utrecht, thans zonder advocaat,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COMMUNITIZE PARTICIPATIES B.V.,

gevestigd te Beusichem, gemeente Buren,

2. [A],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. A.I.D. Jonkman, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

3 [B] ,

wonende te [....] ,

advocaat: voorheen mr. R.P. Sijbrandij, kantoorhoudende te Utrecht, thans zonder advocaat,

BELANGHEBBENDE.

1. Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verzoekster worden aangeduid met Soops en verweerster sub 1 met FEIST.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 19 en 26 juli 2016 en 17 december 2020.

1.3

Bij de beschikkingen van 19 en 26 juli 2016 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van FEIST over de periode vanaf 1 januari 2012 tot 7 maart 2016, mr. B.J. Tideman te Den Haag (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van FEIST.

1.4

De onderzoeker heeft bij e-mail van 7 december 2020 een verzoek gedaan tot verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten met € 13.636,37 exclusief btw.

1.5

Bij brief van 11 december 2020 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.

1.6

Bij e-mail, met bijgevoegde declaraties met urenspecificaties, van 15 december 2020 heeft de onderzoeker zijn verhogingsverzoek nader toegelicht en heeft hij een uiteenzetting gegeven van alle in deze zaak verrichte werkzaamheden in verband met het onderzoek en de daaraan bestede tijd. Hieruit volgt dat de vergoeding van de onderzoeker zou moeten worden bepaald op € 38.636,37 exclusief btw.

1.7

Bij de beschikking van 17 december 2020 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag met bijlagen, dat ter griffie van de Ondernemingskamer is neergelegd, aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden. Tevens zijn partijen daarbij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over zowel het in 1.4 genoemde verhogingsverzoek als de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker en is iedere verdere beslissing daarop aangehouden.

1.8

Van de in 1.7 genoemde gelegenheid heeft mr. De Groot namens Soops gebruik gemaakt bij zijn brief van 29 december 2020.

2 De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, door middel van de in 1.4 en 1.6 genoemde stukken zowel zijn verzoek tot het verhogen van het onderzoeksbudget en de volgens hem te bepalen vergoeding van de kosten die hij in verband met het onderzoek heeft gemaakt, voldoende toegelicht. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd; Soops heeft door middel van de in 1.8 genoemde uitlating te kennen gegeven daarmee akkoord te zijn. Het bedrag aan (verhoogde) onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal over het kostenverhogingsverzoek en over de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook beslissen als hierna te vermelden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verhoogt het bedrag dat het bij het bij de beschikking van 19 juli 2016 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Fund for Energy, Innovation, Sustainability and Technology N.V., gevestigd te Amsterdam, ten hoogste mag kosten tot € 38.636,37, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en stelt de kosten van het onderzoek vast op dit bedrag;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Fund for Energy, Innovation, Sustainability and Technology N.V.;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2021.