Ondernemingsrecht
OK; enquêterecht; het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag worden wordt vastgesteld
Gerechtshof Amsterdam, 14 januari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:302 · Gerechtshof Amsterdam · 14 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2021-302
Zaakgegevens
Op 14 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 januari 2021
- Datum publicatie
- 9 februari 2021
- Zaaknummer
- 200.279.508/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. M.J.W Hoek</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. H.P Plas</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. M.J.W Hoek</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:302
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêterecht; het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag worden wordt vastgesteld
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.279.508/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 14 januari 2021
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. SAINT BOURGEOIS,
gevestigd te Mijdrecht,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PGH AUTOGROEP B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDEN tevens VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n
1 [C] ,
wonende te [....] ,
2. [D],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
verschenen in persoon,
e n t e g e n
3 [E] ,
wonende te [....] ,
4. [F],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn.
1 Het verloop van het geding
In het vervolg worden partijen aangeduid als Saint Bourgeois, PGH, [A] , [B] , [C] , [D] , [E] en [F] .
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 30 november en 2 december 2020 in deze zaak.
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van PGH over de periode vanaf 6 december 2016, mr. R. le Grand te Rotterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.
De onderzoeker heeft bij e-mail van 5 januari 2021 een plan van aanpak van het onderzoek, met bijlage, aan de Ondernemingskamer gezonden. Door middel van het plan van aanpak heeft hij uiteengezet op welke wijze hij het aan hem opgedragen onderzoek zal uitvoeren. Daarin is een begroting met specificatie vervat van de diverse werkzaamheden die in verband met het onderzoek dienen te worden verricht en de hoeveelheid uren die aan die werkzaamheden dienen te worden besteed. De onderzoeker heeft als verwachting uitgesproken dat het onderzoeksbudget tussen de € 35.000 en € 50.000 zal bedragen.
Van de door de Ondernemingskamer aan partijen geboden gelegenheid te reageren op de begroting van de onderzoeker hebben mr. Hoek en mr. Plas namens hun cliënten gebruik gemaakt bij hun e-mailberichten van respectievelijk 8 en 16 januari 2021.
2 De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft door middel van de gespecificeerde begroting voldoende toegelicht hoeveel uren naar verwachting door hem aan bepaalde werkzaamheden dienen te worden besteed. De begroting komt gebaseerd op een totaal aantal uren van 160 en een uurtarief van de onderzoeker van € 310 uit op een bedrag van € 49.600. Het uurtarief van de onderzoeker is niet onredelijk, gezien de aard en omvang van de zaak, de te verrichten onderzoekswerkzaamheden en de kennis en ervaring van de onderzoeker. De begroting komt de Ondernemingskamer ook overigens niet onredelijk voor. Volgens de in 1.5 genoemde uitlatingen hebben Saint Bourgeois, [E] en [F] geen commentaar op de begroting en stemmen [A] en [B] met de begroting in. De Ondernemingskamer zal het onderzoeksbudget gezien het bedrag waarop de begroting uitkomt en de door de onderzoeker uitgesproken verwachting over het onderzoeksbudget (1.4) vaststellen op € 50.000 exclusief btw.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 50.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2021.