Ondernemingsrecht
Gerechtshof Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Ondernemingsrecht
Gerechtshof Amsterdam, 27 januari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:367 · Gerechtshof Amsterdam · 27 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2021-367
Zaakgegevens
Op 27 januari 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 januari 2021
- Datum publicatie
- 15 februari 2021
- Zaaknummer
- 200.284.767/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. C.R Huiskes, <emphasis role="bold">mr. E.HW van Nijnatten</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. S.E Johansen</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:367
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
benoeming
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.284.767/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 27 januari 2021
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERFBOOM BEHEER B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. C.R. Huiskes, kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERFBOOM BEHEER B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht,
EBM BEHEER NV.,
gevestigd te Arendonk, België,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. W.A.A.J. Fick-Nolet en mr. S.M.M. van Dooren, beiden kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
2 [A] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. E.H.W van Nijnatten, kantoorhoudende te Eindhoven,
3. [B],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. S.E. Johansen, kantoorhoudende te Nuenen,
4. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
verschenen in persoon.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking in deze zaak van 26 januari 2021.
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Erfboom Beheer B.V. (verder: Erfboom) over de periode vanaf 1 januari 2019, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek mag kosten aangehouden. Tevens heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegde bestuurder van Erfboom, met doorslaggevende stem, zonder wie Erfboom niet vertegenwoordigd kan worden en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot beheerder van alle door EBM Beheer N.V. gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van Erfboom, minus één aandeel.
2 De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden personen aanwijzen als bestuurder respectievelijk beheerder van aandelen, een en ander zoals bedoeld in de beschikking in deze zaak van 26 januari 2021.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als bestuurder zoals bedoeld in de beschikking van 26 januari 2021 in deze zaak:
mr. J.A. van der Have te Breda;
wijst aan als beheerder van aandelen zoals bedoeld in de beschikking van 26 januari 2021 in deze zaak: mr. P.J. Colijn te Breda;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2021.