Ondernemingsrecht
vaststelling bedrag onderzoek
Gerechtshof Amsterdam, 17 december 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:3968 · Gerechtshof Amsterdam · 17 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2021-3968
Zaakgegevens
Op 17 december 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 december 2021
- Datum publicatie
- 20 december 2021
- Zaaknummer
- : 200.260.224/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3968
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vaststelling bedrag onderzoek
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.260.224/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 17 december 2021
inzake
1 [A] ,
wonende te [....] ,
2. [B],
wonende te [....] ,
3. [C],
wonende te [....] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten: voorheen mr. Y.H. Talstra en mr. A. Middel, thans mr. Y.H. Talstra en mr. J.C. van Galen, kantoorhoudende te Assen,
t e g e n
1 de stichting
[D] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[E] .,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTERS,
advocaten: voorheen mr. R.G. Jengibarjan en mr. P.P.R. Hoekstra, thans mr. G.W. Breuker en mr. T. van Dijken, kantoorhoudende te Groningen,
e n t e g e n
1 [F] ,
wonende te [....] ,
2. [G] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: voorheen mr. R.G. Jengibarjan en mr. P.P.R. Hoekstra, thans mr. G.W. Breuker en mr. T. van Dijken, kantoorhoudende te Groningen,
e n t e g e n
3 [H] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
verschenen in persoon ,
4. [I],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen.
1 Het verloop van het geding
Hierna zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
-
verzoeksters als [A] , [B] en [C] ;
-
verweersters als STAK en [E] en gezamenlijk als [J] ;
-
belanghebbenden sub 1 tot en met 3 als [F] , [G] en [H] ;
-
belanghebbende sub 4 als [I] ;
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 15 oktober 2021 en 26 oktober 2021.
Bij de beschikking van 15 oktober 2021 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [E] over de periode vanaf 11 juli 2011 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
Bij de beschikking van 26 oktober 2021 heeft de Ondernemingskamer mr. J.T. Stekelenburg aangewezen als onderzoeker.
De onderzoeker heeft bij e-mail van 7 december 2021 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer gezonden.
De secretaris van de Ondernemingskamer heeft (de advocaten van) partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten.
Bij e-mail van 8 december 2021 heeft mr. Talstra namens [A] , [B] en [C] aan de Ondernemingskamer bericht dat zij geen opmerkingen hebben over de begroting.
Bij e-mail van 13 december 2021 heeft mr. Van Dijken namens Veldman [J] , [F] en [G] aan de Ondernemingskamer bericht dat zij zich refereren aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
Bij e-mail van 15 december 2021 heeft [I] aan de Ondernemingskamer bericht geen gebruik te willen maken van de door de Ondernemingskamer geboden mogelijkheid om zich uit te laten.
Bij e-mail van 15 december 2021 heeft [H] aan de Ondernemingskamer bericht geen gebruik te willen maken van de door de Ondernemingskamer geboden mogelijkheid om zich uit te laten.
2 De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen geraamd (220 uren) en opgave gedaan van zijn uurtarief van € 350 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen), het uurtarief van € 175 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen) voor de secretaris (een aan zijn kantoor verbonden advocaat), en het (blended) uurtarief van € 250 voor de in te huren derde(n) (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen). De onderzoeker begroot dat het onderzoek in totaal € 65.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, zal kosten.
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 65.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 65.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, drs. C. Smits-Nusteling RC en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 17 december 2021.