Ondernemingsrecht
OK; enquêterecht; vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten
Gerechtshof Amsterdam, 25 mei 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:1907 · Gerechtshof Amsterdam · 25 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2022-1907
Zaakgegevens
Op 25 mei 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 mei 2022
- Datum publicatie
- 1 juli 2022
- Zaaknummer
- 200.299.114/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. T.J Teggelaar</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. F.J.H Krumpelman</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1907
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêterecht; vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.299.114/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 25 mei 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. T.J. Teggelaar, kantoorhoudende te Nijmegen,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
C.O.W. VASTGOED EN MATERIALEN B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUIKBEDRIJF C.O.W. B.V.,
beide gevestigd te Nieuwegein,
VERWEERSTERS,
advocaten: mrs. R.J.W. Analbers en C.M. Tjoa, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B & L DUIKBEDRIJF B.V.,
gevestigd te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. F.J.H. Krumpelman, kantoorhoudende te Rotterdam.
Hierna zullen verweersters 1 en 2 tezamen als COW c.s. worden aangeduid.
1 Het verloop van het geding
Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 21 en 25 januari 2022 en 28 maart 2022 in deze zaak.
Bij de beschikkingen van 21 en 25 januari 2022 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van COW c.s. over de periode vanaf 1 januari 2019 tot 4 november 2021 zoals omschreven in rechtsoverweging 3.12 van de beschikking van 21 januari 2022, mr. P.M. Gunning te Arnhem (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.
De onderzoeker heeft bij e-mail van 11 mei 2022 een plan van aanpak van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. In het plan van aanpak heeft hij uiteengezet op welke wijze en binnen welk tijdsbestek hij voornemens is het aan hem opgedragen onderzoek uit te voeren. In het plan van aanpak staat dat partijen de onderzoeker hebben laten weten zich in grote lijnen in de inhoud ervan te kunnen vinden. In het plan van aanpak is een begroting vervat van de kosten die naar verwachting in verband met het onderzoek zullen worden gemaakt. Deze kosten bedragen in totaal € 25.000 exclusief btw.
Na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich uit te laten over de begroting van de onderzoeker, heeft de Ondernemingskamer op 13 mei 2022 e-mailberichten ontvangen van mrs. Teggelaar, Analbers en Krumpelman namens hun onderscheidenlijke cliënten. Allen refereren zij zich aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het vast te stellen onderzoeksbudget.
2 De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting door hem in verband met het onderzoek zullen moeten worden verricht en welk tijdschema hem daarbij voor ogen staat. Geen van partijen heeft enig bezwaar tegen de begroting naar voren gebracht. De begroting komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor, zodat zij het onderzoeksbudget op basis daarvan zal vaststellen.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. C.C. Meijer, raadsheren, en drs. V.G. Moolenaar, prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2022.