Ondernemingsrecht
OK; enquêteprocedure; vaststelling begroting onderzoeker
Gerechtshof Amsterdam, 16 maart 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:963 · Gerechtshof Amsterdam · 16 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2022-963
Zaakgegevens
Op 16 maart 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 maart 2022
- Datum publicatie
- 31 maart 2022
- Zaaknummer
- 200.292.283/01OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- voorheen <emphasis role="bold">mr. J. Oerlemans</emphasis> thans <emphasis role="bold">mr. H.G.A.M. Spoormans</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:963
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêteprocedure; vaststelling begroting onderzoeker
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.292.283/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 16 maart 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JIW BEHEER B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
VERZOEKSTER,
advocaat: voorheen mr. J. Oerlemans thans mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GVH RECYCLING B.V.,
gevestigd te Helmond,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. G.J.M. Verburg en mr. J.J. Bakker, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] ,
gevestigd te [....] ,
4. [D],
wonende te [....] ,
5. [E],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. G.J.M. Verburg en mr. J.J. Bakker, kantoorhoudende te Amsterdam.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 1 en 2 juli 2021, 6 september 2021 en 7 maart 2022 in deze zaak.
Bij de beschikking van 1 juli 2021 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van GVH Recycling B.V. over de periode vanaf 1 januari 2018 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van de procedure - een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van GVH Recycling B.V. benoemd.
Bij de beschikking van 2 juli 2021 heeft de Ondernemingskamer mr. drs. E.A. Marseille RA als onderzoeker en mr. P.R. Dekker als bestuurder aangewezen.
Bij de beschikking van 6 september 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 30.500, de verschuldigde omzetbelasting daarbij niet begrepen.
Op 3 maart 2022 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
Bij de beschikking van 7 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelede onderzoeksverslag aldaar ten inzage ligt voor belanghebbenden.
De onderzoeker heeft eveneens op 3 maart 2022 verantwoording van de door haar aan het onderzoek bestede uren met specificatie aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Daaruit blijkt dat in totaal 100 uren aan het onderzoek zijn besteed en 10 reisuren (tegen een uurtarief van € 100 en een kilometer vergoeding van € 0,19) zijn gemaakt. De onderzoeker is voor het bepalen van diens vergoeding ingevolge artikel 2:350 lid 3 BW, uitgegaan van het onderzoeksbudget van € 30.500, dat sinds de beschikking van 6 september 2021 is gaan gelden. Dit bedrag was gebaseerd op 100 aan het onderzoek te bestede uren tegen een uurtarief van € 250 (exclusief btw), reiskosten van € 1.500 en inwinning van juridisch advies begroot op € 4.000.
Geen van partijen heeft gebruik gemaakt van de door de Ondernemingskamer geboden gelegenheid om zich uit te laten over de in 1.7 genoemde verantwoording met specificatie.
2. De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakt kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.7 genoemde stukken. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 26.258,40, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. J.S.T. Tiemstra RA en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 16 maart 2022.