Ondernemingsrecht

OK; enquêteprocedure; beëindigingsbeschikking

Gerechtshof Amsterdam, 30 maart 2022

Zaakgegevens

Op 30 maart 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
30 maart 2022
Datum publicatie
31 maart 2022
Zaaknummer
200.290.654/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. C.J van Dijk</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. C.J van Dijk</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. C.J van Dijk</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:964
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK; enquêteprocedure; beëindigingsbeschikking

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.290.654/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 30 maart 2022

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLDING INBETWEEN HAM B.V.,

gevestigd te Dalfsen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLDING INBETWEEN HAM B.V.,

gevestigd te Dalfsen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HAMECO AGRO B.V.,

gevestigd te Lunteren,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MILLERSON B.V.,

gevestigd te Dalfsen,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HAMECO AGRO INT. B.V.,

gevestigd te Zwolle,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANKUM HOLDING B.V.,

gevestigd te Dalfsen,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. P.A.M. Manning en mr. K.A. Kerkdijk, beiden kantoorhoudende te Zwolle,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LADYBOSS HOLDING B.V.,

gevestigd te Dalfsen,

3. [A],

wonende te [....] ,

4. [B],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede.

In het vervolg zullen verweersters sub 1 tot en met 4 (ook) worden aangeduid met Holding c.s.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 en 12 mei 2021 in deze zaak.

1.2

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Holding c.s. over de periode vanaf 1 januari 2017, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding, mr. P.M. Gunning te Arnhem (hierna: Gunning) benoemd tot bestuurder en mr. J.H. van Woudenberg te Amsterdam (hierna: Van Woudenberg) benoemd als beheerder van aandelen.

1.3

Bij e-mailbericht van 21 maart 2022 heeft mr. Van Dijk gemeld dat partijen een regeling in der minne hebben bereikt en dat de enquêteprocedure met de daarin getroffen onmiddellijke voorzieningen kan worden beëindigd.

1.4

Mr. Kerkdijk heeft namens Ankum Holding B.V. bij e-mailbericht van 21 maart 2022 ingestemd met het door mr. Van Dijk gedane verzoek tot beëindiging van de enquêteprocedure en de daarin getroffen voorlopige voorzieningen.

1.5

Mr. Gunning heeft per e-mailbericht van 21 maart 2022 ingestemd met het door mr. Van Dijk gedane verzoek tot beëindiging van de enquêteprocedure en de voorlopige voorzieningen.

1.6

Mr. Van Woudenberg heeft per e-mailbericht van 22 maart 2022 eveneens bevestigd dat in onderhavige zaak een minnelijke regeling is bereikt. Dit leidt ertoe dat ook wat mr. Van Woudenberg betreft de enquêteprocedure en de daarin getroffen onmiddellijke voorzieningen kunnen worden beëindigd.

2 Gronden van de beslissing

Nu partijen hebben verzocht deze procedure te beëindigen omdat tussen partijen een regeling is getroffen, mrs. Gunning en Van Woudenberg met het verzoek instemmen en de Ondernemingskamer niet is gebleken van enig belang dat zich tegen de toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het onderzoek zal beëindigen en de getroffen onmiddellijke voorzieningen zal opheffen, een en ander met ingang van heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt, met ingang van heden, het bij beschikking van 11 mei 2021 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Holding c.s.;

heft op, met ingang van heden, de bij beschikking van 12 mei 2021 getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en mr. drs. G. Boon RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2022.