Ondernemingsrecht
OK; enquêterecht; verhoging van het onderzoeksbudget
Gerechtshof Amsterdam, 28 maart 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:981 · Gerechtshof Amsterdam · 28 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2022-981
Zaakgegevens
Op 28 maart 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 maart 2022
- Datum publicatie
- 1 april 2022
- Zaaknummer
- 200.278.849/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. J.A Endtz</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. M.J.W van Ingen</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. M.J.W van Ingen</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:981
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêterecht; verhoging van het onderzoeksbudget
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.278.849/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 maart 2022
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DU SOLEIL CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Vinkeveen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. Endtz, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J.W. van Ingen, kantoorhoudende te Den Bosch.
1 Het verloop van het geding
Verweerster wordt hierna aangeduid met VMV.
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 oktober 2020, 6 november 2020, 18 december 2020, 25 februari 2021 en 15 april 2021 in deze zaak.
Bij de beschikking van 29 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VMV over de periode vanaf 1 oktober 2016, dat zich met name richt op hetgeen onder 3.6 tot en met 3.11 van die beschikking is overwogen en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij de beschikking van 6 november 2020 heeft de Ondernemingskamer drs. P.J. Schimmel RA CFE te Hilversum (hierna: Schimmel) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
Bij de beschikking van 18 december 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
Bij de beschikking van 25 februari 2021 heeft de Ondernemingskamer Schimmel ontheven uit de functie van onderzoeker, de vergoeding van de door Schimmel tot dan verrichte werkzaamheden en gemaakte kosten in verband met het onderzoek bepaald op € 9.987,25, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en mr. R. Mulder te Haarlem (hierna: de onderzoeker) aangewezen als (opvolgend) onderzoeker.
Bij de beschikking van 15 april 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, rekening houdend met de bij de beschikking van 25 februari 2021 bepaalde vergoeding van Schimmel, verhoogd tot € 31.650, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van VMV.
De onderzoeker heeft bij e-mail van 17 maart 2022 de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen tot € 85.000 exclusief btw. Ter toelichting heeft hij gemeld dat het onderzoek veel diepgravender en omvangrijker is geweest dan was voorzien, zodat er veel meer tijd aan is besteed dan was begroot. De onderzoeker heeft op 6 december 2021 zijn conceptonderzoeksverslag aan partijen gezonden. Naar aanleiding van dit concept en de reacties die daarop zijn binnengekomen, heeft de onderzoeker nadere vragen aan partijen gesteld, die inmiddels zijn beantwoord. De onderzoeker verwacht uiterlijk 15 april 2022 het aangepaste conceptonderzoeksverslag voor commentaar aan partijen voor de leggen op de gewijzigde onderdelen, waarna het definitieve verslag bij de Ondernemingskamer zal kunnen worden ingediend. Van het verhogingsverzoek maakt een specificatie van de naar verwachting nog aan het onderzoek te besteden werkzaamheden deel uit. Uit die specificatie komt een hoger bedrag dan het door de onderzoeker verzochte verhoogde onderzoeksbudget naar voren. De onderzoeker heeft evenwel meegedeeld gelet op de zeer forse overschrijding van het budget voornemens te zijn om niet alle uren door te belasten, maar om de Ondernemingskamer te verzoeken het budget te verhogen en te beperken tot € 85.000, exclusief btw.
Volgens de onderzoeker zijn partijen akkoord met de door hem verzochte verhoging van het onderzoeksbudget. Mr. Van Ingen en mr. Endtz hebben dit desgevraagd bevestigd namens hun cliënten bij hun afzonderlijke e-mailberichten van 17 en 18 maart 2022 aan de Ondernemingskamer.
2 De gronden van de beslissing
Nu de onderzoeker voldoende heeft toegelicht welke werkzaamheden in verband met het onderzoek dienen te worden verricht bovenop de eerder begrote werkzaamheden en welke kosten daarmee zijn gemoeid, alle partijen te kennen hebben gegeven in te stemmen met de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het kostenverhogingsverzoek toewijzen.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 29 oktober 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [A] ten hoogste mag kosten tot € 85.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van [A] en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dient te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2022.