Ondernemingsrecht

OK; Enquête; Vaststelling van het onderzoeksbudget

Gerechtshof Amsterdam, 5 januari 2023

Zaakgegevens

Op 5 januari 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 januari 2023
Datum publicatie
10 januari 2023
Zaaknummer
200.314.742/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:23
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK; Enquête; Vaststelling van het onderzoeksbudget

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.314.742/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 5 januari 2023

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Pensioen B.V.] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. T.G.L.M. Meevis en mr. R. van Kersbergen, beiden kantoorhoudende te Eindhoven,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WILLIBRORDUSHOF PROJECTONTWIKKELING B.V.

gevestigd te Waalre,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Vastgoed B.V.]

gevestigd te [....] ,

2. [A],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

beide niet verschenen.

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • verzoekster als [Pensioen B.V.] ;

  • verweerster als Willibrordushof;

  • belanghebbenden ieder afzonderlijk als [Vastgoed B.V.] en [A] ;

  • [B] als [B] ;

  • [C] als [C] ;

  • [D] als [D] .

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 27 oktober 2022 in deze zaak.

1.2

Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Willibrordushof over de periode vanaf 29 maart 2016 en mr. O.B.J. Poorthuis te ’s-Hertogenbosch benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.

1.3

De Ondernemingskamer heeft de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden en de onderzoeker verzocht om een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en aan de Ondernemingskamer toe te zenden.

1.4

De onderzoeker heeft bij e-mail van 15 december 2022 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer toegezonden. De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek en het opmaken van een onderzoeksverslag in beslag zal nemen begroot op basis van het plan van aanpak en opgave gedaan van zijn uurtarief (€ 300, exclusief btw), het uurtarief van een door hem in te schakelen kantoorgenoot (€ 150, exclusief btw) en de kosten voor extern financieel onderzoek (€ 5.000, exclusief btw). De onderzoeker heeft de kosten van het onderzoek begroot op € 38.750, exclusief btw.

1.5

De secretaris van de Ondernemingskamer heeft de advocaten van partijen bij e-mail van 19 december 2022 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de onderzoekskosten.

1.6

Bij e-mail van 23 december 2022 heeft mr. Meevis namens [Pensioen B.V.] de Ondernemingskamer bericht geen opmerkingen te hebben met betrekking tot de begroting van onderzoekskosten.

1.7

Bij e-mail van eveneens 23 december 2022 heeft mr. Alberts namens [Vastgoed B.V.] de Ondernemingskamer bericht geen opmerkingen te hebben met betrekking tot de begroting van onderzoekskosten.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen begroot en opgave gedaan van zijn uurtarief en dat van de door hem in te schakelen hulppersonen. De onderzoeker heeft de totale kosten van het onderzoek begroot op € 38.750, exclusief btw.

2.2

Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 38.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 38.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. V.G. Moolenaar en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Frans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2023.