Ondernemingsrecht
OK; enquête; bepaling vergoeding onderzoeker
Gerechtshof Amsterdam, 24 oktober 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:2885 · Gerechtshof Amsterdam · 24 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2023-2885
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2023
- Datum publicatie
- 28 november 2023
- Zaaknummer
- 200.263.544/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- thans <emphasis role="bold">mr. J.A.A. van der Weijst</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2885
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquête; bepaling vergoeding onderzoeker
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.263.544/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 oktober 2023
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MARROBEL B.V.,
gevestigd te Vught,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. B.W. Brouwer en mr. H.R. Pleiter, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MARROBEL B.V.,
gevestigd te Vught,
VERWEERSTER,
verschenen bij haar bestuurder,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NATUURBOUW REALISATIE B.V.,
gevestigd te Oisterwijk,
2. [A],
wonende te [....] ,
3. [B],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: thans mr. J.A.A. van der Weijst, kantoorhoudende te Gemonde, voorheen mr. P.J. van der Korst en mr. A. van Vugt,
e n t e g e n
4. de stichting
MARGGRAFF STICHTING,
gevestigd te Vught,
BELANGHEBBENDE,
verschenen bij haar bestuurder.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 16 en 17 januari 2020, 22 april 2020, 16 september 2021, 28 juni 2023 en 17 oktober 2023 en naar het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 mei 2023.
Bij de beschikkingen van 16 en 17 januari 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Marrobel B.V. over de periode vanaf 3 mei 2012 tot 20 september 2017, mr. H. Reumkens (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek mag kosten aangehouden.
Bij de beschikking van 22 april 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 77.000 inclusief btw, verschotten en kantoorkosten.
Bij de beschikking van 16 september 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 91.025 exclusief btw, de verschotten en kantoorkosten daarin begrepen.
Op 25 mei 2023 heeft de Ondernemingskamer het verzoek van [A] , [B] en Natuurbouw Realisatie B.V. tot ontheffing van de onderzoeker uit zijn functie afgewezen.
Bij de beschikking van 28 juni 2023 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 106.025 exclusief btw, de verschotten en kantoorkosten daarin begrepen.
Bij de beschikking van 17 oktober 2023 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het hiervoor genoemde onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. De onderzoeker heeft de Ondernemingskamer daarbij bericht dat zijn vergoeding kan worden bepaald op € 106.025 exclusief btw, de verschotten en kantoorkosten daarin begrepen. Bij e-mail van diezelfde dag heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker. Partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2 De gronden van de beslissing
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over de vergoeding van de onderzoeker uit te laten. Tegen het bedrag aan onderzoekskosten zijn geen bezwaren aangevoerd. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 106.025, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, de verschotten en kantoorkosten daarin wel begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. M.A.M. Vaessen en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. A.G. Thomassen en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2023.