Ondernemingsrecht
OK; enquêterecht; bepaling vergoeding onderzoeker (art. 2:350 lid 3 BW)
Gerechtshof Amsterdam, 18 juni 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:1726 · Gerechtshof Amsterdam · 18 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2024-1726
Zaakgegevens
Op 18 juni 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 juni 2024
- Datum publicatie
- 24 juni 2024
- Zaaknummer
- 200316456/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. H. Eijer</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1726
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêterecht; bepaling vergoeding onderzoeker (art. 2:350 lid 3 BW)
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.316.456/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 18 juni 2024
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DRYTEC B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERZOEKSTER,
advocaten: mrs. A.P. van Oosten en J.L.W. Droppert, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TEMA PROCESS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER,
advocaten: mrs. J.P.M. Borsboom, E.F.W.A. Hamm en P.A. Brandsma, allen kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JUSTECO HOLDING B.V.,
gevestigd te Zwolle,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WATERTUIN B.V.,
gevestigd te Zwolle,
3 [A] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. H. Eijer, kantoorhoudende te Zoetermeer.
Hierna zal Tema Process B.V. (ook) worden aangeduid als Tema Process.
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 16 en 18 januari 2023, 13 februari 2023, 19 oktober 2023, 10 november 2023 en 11 december 2023 en 30 mei 2024 in deze zaak.
Bij de beschikking van 16 januari 2023 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Tema Process over de periode vanaf 1 januari 2020 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd om het onderzoek te verrichten.
Bij beschikking van 19 oktober 2023 heeft de Ondernemingskamer mr. C.M. Insinger te Rotterdam aangewezen als onderzoeker als bedoeld in de beschikking van 16 januari 2023.
Op 27 mei 2024 heeft de onderzoeker het verslag, met bijlagen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
Bij de beschikking van 30 mei 2024 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag aldaar ten inzage ligt voor belanghebbenden.
Met het oog op de vaststelling van haar vergoeding heeft de onderzoeker bij het onderzoeksverslag een specificatie van de aan het onderzoek bestede uren gevoegd. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 71.501,31 (exclusief btw).
Bij e-mail van 30 mei 2024 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de in 1.6 genoemde specificatie.
De Ondernemingskamer heeft geen reacties ontvangen.
2 De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft ten behoeve van de vaststelling van haar vergoeding een gespecificeerde opgave gedaan van de door haar aan het onderzoek bestede uren. De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. Nu partijen geen bezwaren hebben aangevoerd en de onderzoekskosten de Ondernemingskamer ook overigens in het licht van de aard en de omvang van het verrichte onderzoek niet onredelijk voorkomen, zal de Ondernemingskamer de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW bepalen als hierna te vermelden.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 71.501,31, de daarover verschuldigde
omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. G. van Vollenhoven-Eikelenboom AAG, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2024.