Ondernemingsrecht

Ondernemingskamer; enquêteverzoek; vaststelling kosten van het onderzoek

Gerechtshof Amsterdam, 28 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
28 oktober 2024
Datum publicatie
28 oktober 2024
Zaaknummer
200.342.866/01OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. F.G.K Overkleeft</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. F.G.K Overkleeft</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2978
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ondernemingskamer; enquêteverzoek; vaststelling kosten van het onderzoek

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.342.866/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 28 oktober 2024

in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

2. [moeder] ,

wonende te [plaats] ,

VERZOEKSTERS,

advocaten: mr. J.W. van der Staay en mr. M.H.C. Sinninghe Damsté, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NARDINC BEHEER B.V.,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JBi B.V.,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

VERWEERSTERS,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ERMA B.V.,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

2. [zoon 1],

wonende te [plaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

4. [zoon 2],

wonende te [plaats] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KANGAROO BEHEER B.V.,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

6. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR [B],

gevestigd te [plaats] ,

7. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR KANGAROO,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

advocaten: mr. A. Croiset van Uchelen en mr. J.W. Snel, beiden kantoorhoudend te Amsterdam,

8 [C] ,

wonende te [plaats] ,

advocaat: mr. F.G.K. Overkleeft, kantoorhoudend te Amsterdam,

9 [D] ,

wonende te [plaats] ,

in persoon ter zitting verschenen,

BELANGHEBBENDEN,

en in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ERMA B.V.,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. A. Croiset van Uchelen en mr. J.W. Snel, beiden kantoorhoudend te Amsterdam,

t e g e n

1. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR NARDINC,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NARDINC BEHEER B.V.,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NARDINC VASTGOED B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JBi B.V.,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

VERWEERSTERS,

niet verschenen,

e n t e g e n

10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] B.V.,

gevestigd de [plaats] ,

11. de stichting

STICHTING [A],

gevestigd te [plaats] ,

12. [moeder],

wonende te [plaats] ,

advocaten: mr. J.W. van der Staay en mr. M.H.C. Sinninghe Damsté, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

13 [zoon 1] ,

wonende te [plaats] ,

14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

15. [zoon 2],

wonende te [plaats] ,

16. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KANGAROO BEHEER B.V.,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

17. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR [B],

gevestigd te [plaats] ,

18. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR KANGAROO,

gevestigd te Laren (Noord-Holland),

advocaten: mr. A. Croiset van Uchelen en mr. J.W. Snel, beiden kantoorhoudend te Amsterdam,

19 [C] ,

wonende te [plaats] ,

advocaat: mr. F.G.K. Overkleeft, kantoorhoudend te Amsterdam,

20 [D] ,

wonende te [plaats] ,

in persoon ter zitting verschenen,

BELANGHEBBENDEN.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 augustus 2024 in deze zaak.

1.2

Bij de eerste beschikking heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Nardinc Beheer B.V., Nardinc Vastgoed B.V. en JBi B.V. over de periode vanaf medio 2021, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Nardinc Beheer B.V., JBi B.V. en Nardinc Vastgoed B.V en bepaald dat de aandelen in Nardinc Beheer B.V. ten titel van beheer worden overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.

1.3

Bij de tweede beschikking van 29 augustus zijn mr. Y. Borrius als onderzoeker, mr. J.F. Breek als bestuurder en mr. S.C.M. van Thiel als beheerder aangewezen zoals bedoeld in de eerste beschikking van 29 augustus 2024.

1.4

De Onderzoeker heeft per e-mail van 9 oktober 2024 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer en de advocaten van partijen gezonden. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft (de advocaten van) partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten. Hierop zijn geen reacties ontvangen.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen geraamd en opgave gedaan van haar uurtarief (€ 450) en het uurtarief van haar secretaris (€ 335). De onderzoeker begroot dat het onderzoek in totaal € 150.000 zal kosten, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

2.2

Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 150.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 150.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Wessels, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. G. Eikelenboom AG, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken 28 oktober 2024.