Ondernemingsrecht

OK; enquêterecht; beëindiging van het bevolen onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen

Gerechtshof Amsterdam, 2 januari 2024

Zaakgegevens

Op 2 januari 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 januari 2024
Datum publicatie
14 februari 2024
Zaaknummer
200.286.374/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:311
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK; enquêterecht; beëindiging van het bevolen onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.286.374/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 2 januari 2024

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. R.Q. Potter en mr. C.R.B. Jonker, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLOMAR HOLDING B.V.,

gevestigd te Den Helder,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SEASPAN HOLDING B.V.,

gevestigd te Schagen,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. W. van den Muijsenbergh, mr. R. Everhardus en mr. R. Analbers, allen kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar twee beschikkingen van 21 april 2021 en haar beschikkingen van 7 oktober 2021, 23 december 2021, 28 april 2022 en 9 mei 2022 in deze zaak.

1.2 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van GloMar Holding B.V. over de periode vanaf 28 januari 2016, mr. R. Mulder aangewezen als onderzoeker en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten bepaald op € 75.000, exclusief btw. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding, voor zover nodig in afwijking van de statuten van GloMar Holding B.V., mr. J.G. Molenaar benoemd tot commissaris van GloMar Holding B.V.

1.3 Bij beschikking van 28 april 2022 en bij herstelbeschikking van 9 mei 2022 heeft de Ondernemingskamer mr. J.G. Molenaar ontheven uit zijn functie van commissaris van GloMar Holding B.V. en mr. J.H. van Woudenberg aangewezen als opvolgend commissaris van GloMar Holding B.V.

1.4 Bij e-mail van 29 december 2023 heeft mr. Analbers namens partijen de Ondernemingskamer verzocht de procedure te beëindigen omdat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt.

1.5 Bij e-mail van eveneens 29 december 2023 heeft mr. Potter namens [A] de Ondernemingskamer bevestigd dat de procedure beëindigd kan worden.

1.6 Bij e-mail van 2 januari 2024 heeft mr. J.H. van Woudenberg als door de Ondernemingskamer benoemde commissaris van GloMar Holding B.V. de Ondernemingskamer bevestigd dat de procedure beëindigd kan worden.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening en de Ondernemingskamer niet is gebleken van enig belang dat zich verzet tegen beëindiging van de procedure, zal de Ondernemingskamer het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening beëindigen, een en ander met ingang van heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij beschikking van 21 april 2021 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van GloMar Holding B.V. alsmede de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. C.C. Meijer, raadsheren, en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2024.