Ondernemingsrecht

Ondernemingskamer - enquête - bepaling vergoeding onderzoeker

Gerechtshof Amsterdam, 15 januari 2024

Zaakgegevens

Op 15 januari 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 januari 2024
Datum publicatie
14 februari 2024
Zaaknummer
200.286.374/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:318
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ondernemingskamer - enquête - bepaling vergoeding onderzoeker

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.286.374/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 15 januari 2024

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A B.V.] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. R.Q. Potter en mr. C.R.B. Jonker, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLOMAR HOLDING B.V.,

gevestigd te Den Helder,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SEASPAN HOLDING B.V.,

gevestigd te Schagen,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. W. van den Muijsenbergh, mr. R. Everhardus en mr. R. Analbers, allen kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar twee beschikkingen van 21 april 2021 en haar beschikkingen van 7 oktober 2021, 23 december 2021, 28 april 2022, 9 mei 2022 en 2 januari 2024 in deze zaak.

1.2 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van GloMar Holding B.V. over de periode vanaf 28 januari 2016, mr. R. Mulder aangewezen als onderzoeker (hierna: de onderzoeker) en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten bepaald op € 75.000, exclusief btw. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding, voor zover nodig in afwijking van de statuten van GloMar Holding B.V., mr. J.G. Molenaar benoemd tot commissaris van GloMar Holding B.V.

1.3 Bij beschikking van 28 april 2022 en bij herstelbeschikking van 9 mei 2022 heeft de Ondernemingskamer mr. J.G. Molenaar ontheven uit zijn functie van commissaris van GloMar Holding B.V. en mr. J.H. van Woudenberg aangewezen als opvolgend commissaris van GloMar Holding B.V.

1.4 Bij beschikking van 2 januari 2024 heeft de Ondernemingskamer het bij beschikking van 21 april 2021 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van GloMar Holding B.V. alsmede de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening beëindigd.

1.5 Bij e-mail van 5 januari 2024 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht zijn vergoeding vast te stellen op € 75.000, exclusief btw.

1.6 Bij e-mail van 10 januari 2024 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker.

1.7 Bij e-mails van diezelfde dag hebben mr. Jonker namens [A B.V.] en mr. Analbers namens Seaspan Holding B.V. de Ondernemingskamer bericht geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van de onderzoeker.

2 De gronden van de beslissing

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker om zijn vergoeding te bepalen op € 75.000, exclusief btw. Tegen het bedrag aan onderzoekskosten zijn geen bezwaren aangevoerd. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 75.000, exclusief btw;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. C.C. Meijer, raadsheren, en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2024.