Ondernemingsrecht
Ondernemingskamer; enquêterecht; vaststellen onderzoeksbudget
Gerechtshof Amsterdam, 29 april 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:1253 · Gerechtshof Amsterdam · 29 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2025-1253
Zaakgegevens
Op 29 april 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 april 2025
- Datum publicatie
- 16 mei 2025
- Zaaknummer
- 200.345.625/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1253
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ondernemingskamer; enquêterecht; vaststellen onderzoeksbudget
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.345.625/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 29 april 2025
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap A] ,
gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mrs. E.E.U. Vroom, T.A.A.M. van Kemenade en S.A.J. Hulsink, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap B] ,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Duits recht
[vennootschap C] ,
gevestigd te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. A. Rosielle, J. van Borssum Waalkes en T.W.J. Vankan, kantoorhoudende te Amsterdam.
Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid als [vennootschap A] , [vennootschap B] en [vennootschap C] .
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 december 2024 en 6 maart 2025 in deze zaak.
Bij de beschikking van 12 december 2024 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [vennootschap B] over de periode vanaf 1 januari 2021 en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. De aanwijzing van een onderzoeker is destijds aangehouden. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang, vooralsnog voor de duur van de procedure en voor zover nodig in afwijking van de statuten bepaald dat een nieuwe bestuurder van [vennootschap B] niet kan worden benoemd zonder dat [vennootschap A] – zo lang zij aandeelhouders is van [vennootschap B] – daarmee instemt.
Bij de beschikking van 6 maart 2025 is mr. M.R. van Zanten (verder: onderzoeker) als onderzoeker aangewezen zoals bedoeld in de eerste beschikking van 12 december 2024.
De onderzoeker heeft bij e-mail van 14 april 2025 een plan van aanpak met begroting van de onderzoekskosten en een onderzoeksprotocol aan de Ondernemingskamer gezonden. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft dit doorgestuurd naar (de advocaten van) partijen en heeft (de advocaten van) partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten.
De Ondernemingskamer heeft zowel van (de advocaten van) [vennootschap A] als van [vennootschap C] een reactie ontvangen. Beide partijen hebben per e-mail van 23 april 2025 respectievelijk 25 april 2025 laten weten geen opmerkingen te hebben ten aanzien van de begroting van de kosten van het onderzoek als bedoeld in 1.4.
2 De gronden van de beslissing
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting van de kosten van het onderzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 100.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 100.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema, mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.