Ondernemingsrecht

Ondernemingskamer; enquête; deponering onderzoeksverslag

Gerechtshof Amsterdam, 25 maart 2025

Zaakgegevens

Op 25 maart 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
25 maart 2025
Datum publicatie
25 maart 2025
Zaaknummer
200.318.402/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. H.G.A.M Spoormans</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. H.G.A.M Spoormans</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:784
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ondernemingskamer; enquête; deponering onderzoeksverslag

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.318.402/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 25 maart 2025

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[minderheidsaandeelhouder] ,

gevestigd te [plaats] ,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. F.L.A. Roosmale Nepveu en mr. R.A.J.C. Huijs, beiden kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ERGO BUILDINGS B.V.,

gevestigd te Oss,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROSCH B.V.,

gevestigd te Oss,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 6 en 14 april 2023, 16 juni 2023, 11 januari 2024, de beslissing van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 9 juli 2024 en de beschikkingen van 9 augustus 2024 en 14 maart 2025 in deze zaak.

1.2

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ergo Buildings B.V. (hierna: de vennootschap) over de periode vanaf 1 januari 2018, bepaalde onmiddellijke voorzieningen getroffen, mr. R.G. Roeffen (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van de vennootschap. Bij beschikking van 16 juni 2023 heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget vastgesteld op € 25.200, exclusief omzetbelasting. Bij beschikkingen van 11 januari 2024 en 9 augustus 2024 heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget verhoogd tot respectievelijk € 40.200 en € 49.700, in beide gevallen exclusief omzetbelasting en met dien verstande dat [minderheidsaandeelhouder] instaat voor de betaling van het aanvullende bedrag van in totaal € 24.500, exclusief omzetbelasting, indien en voor zover het banksaldo van de vennootschap daarvoor ontoereikend is. Bij beschikking van 14 maart 2025 heeft Ondernemingskamer het onderzoeksbudget verhoogd tot € 55.200, exclusief omzetbelasting.

1.3

Op 20 maart 2025 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd.

1.4

De griffier heeft het verslag vandaag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overige in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt dat het verslag van het bij de beschikking van 6 april 2023 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Ergo Buildings B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 25 maart 2025.