Ondernemingsrecht

Ondernemingskamer; enquêterecht; benoemingsbeschikking onderzoeker

Gerechtshof Amsterdam, 6 maart 2025

Zaakgegevens

Op 6 maart 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
6 maart 2025
Datum publicatie
7 april 2025
Zaaknummer
200.345.625/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:897
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ondernemingskamer; enquêterecht; benoemingsbeschikking onderzoeker

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.345.625/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 6 maart 2025

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[vennootschap A] ,

gevestigd te [plaats] ,

VERZOEKSTER,

advocaten: mrs. E.E.U. Vroom, T.A.A.M. van Kemenade en S.A.J. Hulsink, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[vennootschap B] ,

gevestigd te [plaats] ,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Duits recht

[vennootschap C] ,

gevestigd te [plaats] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. A. Rossielle, J. van Borssum Waalkens en T.W.J. Vankan, kantoorhoudende te Amsterdam.

Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid als [vennootschap A] , [vennootschap B] en [vennootschap C] .

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 12 december 2024 in deze zaak.

1.2

Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [vennootschap B] over de periode vanaf 1 januari 2021 en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang, vooralsnog voor de duur van de procedure en voor zover nodig in afwijking van de statuten bepaald dat een nieuwe bestuurder van [vennootschap B] niet kan worden benoemd zonder dat [vennootschap A] – zo lang zij aandeelhouders is van [vennootschap B] – daarmee instemt.

1.3

Bij brief van 26 februari 2025 heeft mr. Vroom namens [vennootschap A] de Ondernemingskamer verzocht (alsnog) een onderzoeker aan te wijzen.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als onderzoeker, een en ander zoals bedoeld in de hiervoor genoemde beschikking van 12 december 2024.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst aan als onderzoeker zoals bedoeld in de hiervoor genoemde beschikking van 12 december 2024 in deze zaak: mr. M.R. van Zanten te Amsterdam;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema, mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2025.