Ondernemingsrecht
OK; enquête; vaststelling onderzoeksbudget
Gerechtshof Amsterdam, 8 april 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:924 · Gerechtshof Amsterdam · 8 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2025-924
Zaakgegevens
Op 8 april 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 8 april 2025
- Datum publicatie
- 8 april 2025
- Zaaknummer
- 200.342.753/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- onbekend
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:924
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquête; vaststelling onderzoeksbudget
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.342.753/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 8 april 2025
inzake
[A] ,
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. S. Yntema en mr. L.M. Noordzij, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de vennootschap] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. L.M. Linskens, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, voorheen: mr. E.M. Breugem, mr. D.J.C. Post en mr. K. van Berloo, allen kantoorhoudende te Zeist,
e n t e g e n
1 [B] ,
wonende te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de bestuurder] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. J. Wareman en mr. S.J.A. van Gils, beiden kantoorhoudende te Utrecht, voorheen: mr. E.M. Breugem, mr. D.J.C. Post en mr. K. van Berloo, allen kantoorhoudende te Zeist,
3. de stichting
[de stichting] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: onbekend, voorheen: mr. E.M. Breugem, mr. D.J.C. Post en mr. K. van Berloo, allen kantoorhoudende te Zeist.
[de vennootschap] wordt hierna aangeduid als [de vennootschap] .
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 9 januari 2025, 14 januari 2025 en 18 februari 2025 in deze zaak.
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [de vennootschap] , mr. C.M. Tjoa (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten lasten komen van [de vennootschap] en dat [de vennootschap] voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor het begin van diens werkzaamheden zekerheid moet stellen.
Per e-mail van 28 maart 2025 heeft de onderzoeker een plan van aanpak met een begroting van de kosten aan de Ondernemingskamer gestuurd. De Ondernemingskamer heeft alle partijen, waaronder de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder, vervolgens in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.
Per e-mail van 7 april 2025 heeft [de vennootschap] laten weten zich te kunnen vinden in het plan van aanpak en de begroting. Van de overige partijen is geen reactie ontvangen door de Ondernemingskamer.
2 De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag neemt en welke uurtarieven daarbij worden gehanteerd. Het uurtarief van de onderzoeker is
€ 290, exclusief omzetbelasting, envoor in te schakelen kantoormedewerkers zal eenzelfde dan wel een lager tarief in rekening worden gebracht. De onderzoeker begroot dat het onderzoek in totaal € 34.130, exclusief omzetbelasting, zal kosten.
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen het plan van aanpak of de begroting van de onderzoeker. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 34.130, exclusief omzetbelasting.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 34.130, exclusief omzetbelasting; en,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2025.