Ondernemingsrecht
OK; enquêteprocedure; vaststellen onderzoeksbudget
Gerechtshof Amsterdam, 28 april 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:1129 · Gerechtshof Amsterdam · 28 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2026-1129
Zaakgegevens
Op 28 april 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 april 2026
- Datum publicatie
- 28 april 2026
- Zaaknummer
- 200.359.769/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. S.F.H Jellinghaus, <emphasis role="bold">mrs. P.P.M van Kippersluis</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. M.W.E Evers</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. P.N Wakkie</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1129
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêteprocedure; vaststellen onderzoeksbudget
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.359.769/01 OK
Beschikking van de Ondernemingskamer van 28 april 2026
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. J.L. van der Schrieck en mr. M.C. Burggraaf, kantoorhoudend te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEXPERIA B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERWEERSTERS,
advocaten: mr. J.L. van der Schrieck en mr. M.C. Burggraaf, kantoorhoudend te Amsterdam,
en tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
YUCHING HOLDING LIMITED (????????),
gevestigd te Speciale Administratieve Regio Hongkong,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: thans mrs. D.J.F.F.M. Duynstee en T. Drenth, kantoorhoudend te Amsterdam (voorheen mrs. B.A. de Ruijter en A.D. Polkerman, kantoorhoudend te Amsterdam),
en tegen
2 [bestuurder/CEO]
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: thans mrs. J.A. van de Hel, G.A. Smit, B.C. Elion, J. Wind en M.A. Wielinga Carvajal, kantoorhoudend te Amsterdam (voorheen mrs. W.A. Vader, E. Meijer van Gelderen, P.F.M. Elsenburg en T.C. Hieselaar, kantoorhoudend te Amsterdam),
en tegen
3 [bestuurder/CLO] ,
wonende te [plaats] ,
4. [COO],
wonende te [plaats] ,
5. [CEO],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
en tegen
6 DE ONDERNEMINGSRAAD VAN NEXPERIA B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. S.F.H. Jellinghaus, kantoorhoudende te Rotterdam, en mr. J.M. Blok, kantoorhoudende te Amsterdam,
en tegen
7 DE STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT,
zetelende te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mrs. P.P.M. van Kippersluis, R. den Boer en K.A. Groenendijk, kantoorhoudend te Den Haag,
en tegen
8. de door de Ondernemingskamer benoemde niet-uitvoerende bestuurder van Nexperia Holding B.V. en Nexperia B.V.,
Guido Rolf Clemens DIERICK,
wonende te Eindhoven,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.W.E. Evers, kantoorhoudend te Amsterdam,
9. de door de Ondernemingskamer benoemde beheerder van aandelen in het kapitaal van Nexperia Holding B.V.
A.R.J. CROISET VAN UCHELEN,
wonende te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. P.N. Wakkie, kantoorhoudend te Amsterdam.
1. Het verdere verloop van het geding
De Ondernemingskamer verwijst voor het verloop van het geding in deze zaak naar haar beschikkingen van:
? 1 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2738);
? 7 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2739);
? 8 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2740);
? 13 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2742);
? 13 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:2752);
? 11 februari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:318);
? 17 februari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:508).
Voor zover nu van belang heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Nexperia B.V. en Nexperia Holding B.V. over de periode vanaf eind 2023 en mrs. M. Bijkerk en R.J.W. Analbers, beiden kantoorhoudend te Amsterdam (hierna: de onderzoekers) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
Bij e-mail van 17 april 2026 hebben de onderzoekers hun plan van aanpak (inclusief begroting van de kosten van het door haar te verrichten onderzoek) en onderzoeksprotocol met de Ondernemingskamer en partijen gedeeld.
Bij e-mail van dezelfde dag zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de begroting van de kosten van het onderzoek.
Bij e-mail van 23 april 2026 heeft de ondernemingsraad van Nexperia B.V. laten weten geen bezwaren te hebben tegen de begroting.
Bij e-mails van 24 april 2024 hebben ook Nexperia B.V., Nexperia Holding B.V., de Staat der Nederlanden, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de door de Ondernemingskamer benoemde niet-uitvoerende bestuurder van Nexperia B.V. en de door de Ondernemingskamer benoemde beheerder van aandelen in het kapitaal van Nexperia Holding B.V., laten weten geen bezwaren te hebben tegen de begroting.
Van de overige belanghebbenden heeft de Ondernemingskamer geen reactie ontvangen.
2 De gronden van de beslissing
De onderzoekers hebben in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag zal nemen en welke uurtarieven daarbij zullen worden gehanteerd. Ook zijn de te verwachten verschotten voldoende toegelicht. De onderzoekers hebben begroot dat het onderzoek in totaal € 725.000,-, exclusief btw, zal kosten.
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen het plan van aanpak of de begroting van de onderzoeker. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 725.000,-, exclusief btw.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 725.000,-, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. J.M. de Jongh, mr. E. Loesberg, raadsheren, en prof. dr. M.J.R. Broekema RV en drs. G. Eikelenboom AG, raden, in tegenwoordigheid van mr. S. IJntema, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.