Ondernemingsrecht

OK ; enquêterecht; vaststelling onderzoeksbudget.

Gerechtshof Amsterdam, 9 april 2026

Zaakgegevens

Op 9 april 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
9 april 2026
Datum publicatie
18 mei 2026
Zaaknummer
200.356.240/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1347
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK ; enquêterecht; vaststelling onderzoeksbudget.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.356.240/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 9 april 2026

inzake

in de enquêteprocedure

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[aandeelhouder I Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. de vennootschap naar buitenlands recht,

[aandeelhouder II Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EMDC MEDICAL B.V.,

gevestigd te Zutphen,

VERZOEKSTERS,

advocaten: mr. M.V.A. Heuten, mr. V.M. Erpers Roijaards en mr. R.H. Boitelle, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDENVOY GLOBAL B.V.,

gevestigd te Leidschendam,

VERWEERSTER,

e n t e g e n

de vennootschap naar buitenlands recht

[aandeelhouder III Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. K.C. Mensink, mr. K.P.D. Vermeulen, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage en mr. R.C. de Mol, kantoorhoudende te Amsterdam

in de uitstotingsprocedure

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[aandeelhouder I Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

[aandeelhouder II Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EMDC MEDICAL B.V.,

gevestigd te Zutphen,

VERZOEKSTERS,

advocaten: mr. M.V.A. Heuten, mr. V.M. Erpers Roijaards en mr. R.H. Boitelle, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de vennootschap naar buitenlands recht

[aandeelhouder III Holding] ,

gevestigd te [plaats] ,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. K.C. Mensink, mr. K.P.D. Vermeulen, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage en mr. R.C. de Mol, kantoorhoudende te Amsterdam

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDENVOY GLOBAL B.V.,

gevestigd te Leidschendam,

BELANGHEBBENDE,

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:

[aandeelhouder I Holding] , [aandeelhouder II Holding] en EMDC Medical B.V. gezamenlijk als:

[aandeelhouder I Holding] c.s.

[aandeelhouder III Holding]

TU3

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 12 februari en 17 februari 2026.

1.2

Voor zover nu van belang heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MedEnvoy Global B.V. over de periode vanaf 11 januari 2021 en mr. E.M. Soerjatin te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.

1.3

Bij e-mail van 26 maart 2026 heeft de onderzoeker haar plan van aanpak (inclusief begroting van de kosten van het door haar te verrichten onderzoek) en onderzoeksprotocol met de Ondernemingskamer en partijen gedeeld. Bij e-mail van dezelfde dag zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de begroting van de kosten van het onderzoek.

1.4

Bij e-mail van 1 april 2026 heeft [aandeelhouder I Holding] c.s. laten weten geen bezwaren te hebben tegen de begroting. Bij e-mail van diezelfde dag heeft TU3 laten weten geen opmerkingen te hebben.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Onderzoeker heeft in het plan van aanpak inclusief begroting van de kosten van het onderzoek toegelicht dat zij het onderzoek opsplitst in een eerste en een tweede fase. Voor de eerste fase heeft zij toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag zal nemen en welke uurtarieven daarbij zullen worden gehanteerd. Voor de tweede fase heeft zij dit (met hantering van dezelfde uurtarieven) voorlopig ingeschat. Beide fases samen resulteren in een (voorlopig) begroot onderzoeksbudget van € 68.000 (exclusief btw), waarvan € 18.000 voor de tweede fase en dus onzeker. De onderzoeker stelt voor om het bedrag dat het onderzoek mag kosten voorlopig vast te stellen op € 55.000.

2.2

De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Nu er geen bezwaren zijn aangevoerd tegen de begroting van het onderzoeksbudget en de begroting de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget van de onderzoeker vaststellen als na te noemen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 55.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Wessels, voorzitter, mr. J.M. de Jongh en mr. E. Loesberg, raadsheren, en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen en prof. dr. A.J. Brouwer RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.