Ondernemingsrecht

Enquêteprocedure; vaststellen kosten onderzoeker.

Gerechtshof Amsterdam, 2 juni 2026

Zaakgegevens

Op 2 juni 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 juni 2026
Datum publicatie
5 juni 2026
Zaaknummer
200.363.958/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
mr. M.W. Huijzer, mr. M.W. Huijzer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1575
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Enquêteprocedure; vaststellen kosten onderzoeker.

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.363.958/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 2 juni 2026

inzake

DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMINGSRAAD VAN CONFISERIE NAPOLEON B.V. EN CONFISERIE NAPOLEON SALES B.V.,

gevestigd te Breskens,

VERZOEKER,

advocaten: mrs. L.D. Brouwer en M. Ruijssenaars, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONFISERIE NAPOLEON B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONFISERIE NAPOLEON SALES B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[LJH] .,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONFISERIE NAPOLEON BELUX B.V.,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONFISERIE NAPOLEON EXPORT B.V.,

allen gevestigd te Breskens,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. M.W. Huijzer, kantoorhoudende te Papendrecht,

en tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOOM FINANCIAL SERVICES B.V.,

gevestigd te Breskens,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. M.W. Huijzer, kantoorhoudende te Papendrecht,

en tegen

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KORS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. [A],

wonende te [plaats] ,

BELANGHEBBENDEN,

niet bij advocaat verschenen

1 Het verloop van het geding

1.1.

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 14 en 17 april 2026.

1.2.

Bij beschikkingen van 14 en 17 april 2026 heeft de Ondernemingskamer, voor zover thans van belang, een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van bij [LJH] ., Confiserie Napoleon B.V., Confiserie Napoleon Sales B.V., Confiserie Napoleon Belux B.V. en Confiserie Napoleon Export B.V. over de periode vanaf 20 december 2024, mr. E.L. Zetteler (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van de procedure de door Kors B.V. gehouden aandelen in [LJH] . ten titel van beheer overgedragen aan mr. W.L. Meijer, alsmede – voor zover nodig in afwijking van de statuten – mr. J.A. van der Have tot commissaris van [LJH] . benoemd.

1.3.

Bij e-mail van 20 mei 2026 heeft de onderzoeker een plan van aanpak met een begroting van de kosten van het onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd.

1.4.

Bij e-mail van 22 mei 2026 zijn partijen door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de begroting van de kosten van het onderzoek.

1.5.

Bij e-mail van 27 mei 2026 heeft mr. J.A. Van der Have mede namens mr. W.L. Meijer de Ondernemingskamer geschreven geen bezwaar te hebben tegen de door de onderzoeker gepresenteerde begroting.

1.6.

Eveneens bij e-mail van 27 mei 2026 heeft mr. Brouwer namens de Gemeenschappelijke Ondernemingsraad van Confiserie Napoleon B.V. en Confiserie Napoleon Sales B.V. de Ondernemingskamer geschreven geen bezwaar te hebben tegen de door de onderzoeker gepresenteerde begroting.

1.7.

Van de overige partijen ontving de Ondernemingskamer geen reactie.

2 De gronden van de beslissing

2.1.

De onderzoeker heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag neemt en welke uurtarieven daarbij worden gehanteerd. De onderzoeker begroot dat het onderzoek in totaal € 90.000,-, exclusief btw, zal kosten.

2.2.

Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de kosten van de onderzoeker. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 90.000,-, exclusief btw.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 90.000,-, exclusief btw;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.P. Wessels en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. V.G. Moolenaar en mr. S.M. Zijderveld, raden, in tegenwoordigheid van mr. S. IJntema, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 2 juni 2026.