Ondernemingsrecht
OK; enquête; verhoging onderzoeksbudget
Gerechtshof Amsterdam, 13 januari 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:63 · Gerechtshof Amsterdam · 13 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2026-63
Zaakgegevens
Op 13 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 januari 2026
- Datum publicatie
- 13 januari 2026
- Zaaknummer
- 200.343.535/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. G.J. de Bock</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:63
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquête; verhoging onderzoeksbudget
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.343.535/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 13 januari 2026
inzake
[curator] ,
kantoorhoudende te Utrecht,
in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van verweersters,
VERZOEKER,
advocaten: mr. J. Wareman en mr. S.M. Marges, beiden kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
1. de in staat van faillissement verkerende besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
NEW OFFICE CENTRE BEHEER B.V.,
gevestigd te Soest,
2. de in staat van faillissement verkerende besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
NEW OFFICE CENTRE B.V.,
gevestigd te Soest,
VERWEERSTERS,
niet bij advocaat verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
[bestuurder 1] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
[bestuurder 2] ,
gevestigd te [plaats] ,
3. [indirect bestuurder 1] ,
wonende te [plaats] ,
4. [indirect bestuurder 2],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. K.P. Hoogenboezem en mr. S.E. Streng, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
STANDARD OFFICE HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
MIDAS HOLDING B.V.,
gevestigd te Doorn,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. G.J. de Bock, kantoorhoudende te Leiden,
e n t e g e n
7 [lid RvC 1] ,
wonende te [plaats] ,
8. [lid RvC 2] ,
wonende te [plaats] ,
9. [lid RvC 3] ,
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. M. Windt en mr. C.L. Merks, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
10 [oud bestuurder 1] ,
wonende te [plaats] ,
11. [oud bestuurder 2],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
niet bij advocaat verschenen
Hierna zal verzoeker worden aangeduid als de curator, verweersters gezamenlijk als NOCB c.s. en belanghebbenden sub 1 tot en met 4 als Imeba c.s.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 20 en 25 februari 2025, 24 april 2025 en 18 juni 2025 in deze zaak.
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van NOCB c.s., mr. H. De Coninck (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van NOCB c.s. Verder heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget (uiteindelijk) vastgesteld op € 189.417,45, exclusief omzetbelasting, kantoorkosten en verschotten.
Bij e-mail van 19 december 2025 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen met € 72.451, exclusief omzetbelasting en te bepalen dat de curator deze verhoging bij wijze van voorschot aan de onderzoeker moet voldoen. Daarbij heeft de onderzoeker een toelichting op de verzochte verhoging en een urenspecificatie van de al uitgevoerde werkzaamheden bijgevoegd.
Bij e-mail van 19 december 2025 heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker.
Bij e-mail van 7 januari 2026 hebben Imeba c.s. laten weten geen bezwaar te hebben tegen de verzochte verhoging, maar maken zij wel een opmerking over (de registratie van) de kosten voor het uitwerken van de verschillende gespreksverslagen.
De overige partijen hebben niet gereageerd.
2 De gronden van de beslissing
De onderzoeker heeft voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting nog zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag neemt en welke uurtarieven daarbij worden gehanteerd. De onderzoeker begroot de aanvullende kosten in totaal op € 72.451, exclusief omzetbelasting, kantoorkosten en verschotten.
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de verzochte verhoging van de kosten van de onderzoeker en het verzoek van de onderzoeker om de curator de verhoging als voorschot te laten voldoen. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 261.868,45 exclusief omzetbelasting, kantoorkosten en verschotten. Verder zal de Ondernemingskamer bepalen dat de curator bij wijze van voorschot een bedrag van € 72.451 aan de onderzoeker moet betalen voor het begin van haar verdere werkzaamheden en dat de onderzoeker zonder het voorschot geen werkzaamheden hoeft te verrichten.
Imeba c.s. hebben de zorg uitgesproken dat de kosten voor het uitwerken van de gespreksverslagen aanzienlijk zijn en mogelijk ten koste gaan van het daadwerkelijk doen van onderzoek. Zij wijzen daarbij op de urenspecificatie van de onderzoeker die geen onderscheid maakt tussen het uitwerken van gespreksverslagen en het raadplegen van bescheiden. De onderzoeker heeft in haar toelichting op het verzoek vermeld dat de gespreksverslagen de kern van het onderzoek vormen, dat er negen interviews zijn afgenomen, dat de gespreksverslagen zijn geredigeerd voor de bruikbaarheid, dat voor de uitwerking gebruik is gemaakt van artificiële intelligentie en dat tijdens het uitwerken ook de nodige stukken zijn geraadpleegd zodat feitelijk onderzoek is gedaan. Verder laat de onderzoeker weten een korting van 10% toe te passen op de kosten voor de uitwerking van de gespreksverslagen.
Gelet op voorgaande toelichting van de onderzoeker komen de kosten van het onderzoek op dit punt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer vertrouwt erop dat de onderzoeker waar mogelijk in de toekomst voldoende onderscheid maakt tussen de verschillende werkzaamheden zodat haar tijdsbesteding voor de betrokken partijen voldoende duidelijk en controleerbaar is.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 261.868,45 exclusief omzetbelasting, kantoorkosten en verschotten;
bepaalt dat de curator voor de betaling van de kosten van het onderzoek voor het begin van de verdere werkzaamheden van de onderzoeker een voorschot van € 72.451 moet betalen en dat de onderzoeker zonder het voorschot geen werkzaamheden hoeft te verrichten; en,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, prof. dr. A.J. Brouwer RA en mr. S.M Zijderveld, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Loesberg op 13 januari 2026.