Ondernemingsrecht

Ondernemingskamer; enquêteprocedure; deponering onderzoeksverslag

Gerechtshof Amsterdam, 8 april 2026

Zaakgegevens

Op 8 april 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
8 april 2026
Datum publicatie
8 april 2026
Zaaknummer
200.325.125/02 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. S Knottnerus</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. J Stikkelbroeck, <emphasis role="bold">mr. G.C Endedijk</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. Ph.A.J Raaijmakers</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:947
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ondernemingskamer; enquêteprocedure; deponering onderzoeksverslag

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.325.125/02 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 8 april 2026

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. HUIZENMIJ,

gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKSTER,

advocaten: mrs. M.P.H. Sanders en J.S. Mennema, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. HUIZENMIJ,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

e n t e g e n

1 Victoria Mathilde Geraldine VAN ASCH VAN WIJCK-VON PAPEN,

wonende te [plaats] ,

advocaat: mr. S. Knottnerus, kantoorhoudende te Amsterdam,

2. de stichting

[B] ,

gevestigd te [plaats] ,

advocaat: mr. J. Stikkelbroeck, kantoorhoudende te Amsterdam,

3. [C],

wonende te [plaats] ,

BELANGHEBBENDEN,

e n t e g e n

4 [D] ,

wonende te [plaats] ,

5. [E],

wonende te [plaats] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

6 [F] ,

wonende te [plaats] ,

advocaat: mr. Ph.A.J. Raaijmakers, kantoorhoudende te Amsterdam,

7 [G] ,

wonende te [plaats] ,

8. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR TER CONTINUERING

HUIZENMAATSCHAPPIJ,

gevestigd te Amsterdam,

9. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

LUTHERS DIAKONESSENHUIS FONDS,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDEN.

1. Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 en 12 juli 2023 en de beschikkingen van 9 en 30 januari, 27 februari, 3 maart, 8 december 2025 en 30 maart 2026 in deze zaak.

1.2

Bij de beschikking van 6 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Huizenmij over de periode vanaf 1 januari 2021 en een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. De Ondernemingskamer heeft de aanwijzing van de onderzoeker voorlopig aangehouden. Voorts heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure bepaald dat alle aandelen in Huizenmij ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.

1.3

Bij beschikking van 9 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer de reikwijdte van het bij de beschikking van 6 juli 2023 gelaste onderzoek uitgebreid.

1.4

Bij beschikking van 30 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. P.M. Gunning te Arnhem als onderzoeker aangewezen.

1.5

Bij beschikking van 3 maart 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten vastgesteld op € 42.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.6

Bij beschikkingen van 8 december 2025 en 30 maart 2026 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten verhoogd en vastgesteld op een totaalbedrag van € 74.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen

1.7

Op 30 maart 2026 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van voormeld onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. De griffier heeft het verslag met bijlagen vandaag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer heeft kennisgenomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en de overige in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 6 juli 2023 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van B.V. Huizenmij ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.