Strafrecht overig
Geldigheid dagvaarding. 588a Sv en 588 lid 1, aanhef en onder b, sub 2 Sv. Niet ontvankelijk 416 lid 2 Sv.
ECLI:NL:GHAMS:2015:5137 · Gerechtshof Amsterdam · 10 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-5137
Zaakgegevens
Op 10 december 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 december 2015
- Datum publicatie
- 9 december 2015
- Zaaknummer
- 23-000940-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:5137
Samenvatting
Geldigheid dagvaarding. 588a Sv en 588 lid 1, aanhef en onder b, sub 2 Sv. Niet ontvankelijk 416 lid 2 Sv.
Uitspraak
Inhoudsopgave
parketnummer: 23-000940-15
datum uitspraak: 26 november 2015
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13/270295-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortedag] 1966,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2015.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
De dagvaarding in hoger beroep is op 21 september 2015 ter griffie van de rechtbank Amsterdam betekend, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Voorts is een afschrift van de dagvaarding op de voet van artikel 588a Wetboek van Strafvordering (Sv) gestuurd naar het adres [adres] te Amsterdam, kennelijk omdat dit adres staat vermeld in de zogeheten ID-staat SKDB van 23 november 2015 als “laatst opgegeven woon- of verblijfplaats”. Nu onduidelijk is tot welke bron dit adres is te herleiden, de verdachte sinds 30 mei 2013 niet op enig adres staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie onderscheidenlijk de Basisregistratie Personen en hij in het kader van de onderhavige strafzaak geen adres heeft opgegeven, beschouwt het hof de [adres] niet als een feitelijk adres van de verdachte waaraan de dagvaarding in hoger beroep overeenkomstig artikel 588, eerste lid, aanhef en onder b, sub 2 Sv, had moeten worden betekend. Dit alles brengt mee dat de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend, mondeling geen bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. J.J.I. de Jong en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van mr. N. Vonk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 november 2015.