Strafrecht overig
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging vanwege verjaring.
Gerechtshof Amsterdam, 12 januari 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:168 · Gerechtshof Amsterdam · 12 januari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2016-168
Zaakgegevens
Op 12 januari 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 januari 2016
- Datum publicatie
- 27 januari 2016
- Zaaknummer
- 23-004160-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:168
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging vanwege verjaring.
Uitspraak
parketnummer: 23-004160-15
datum uitspraak: 12 januari 2016
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 15 december 2004 in de strafzaak onder parketnummer
15-134837-03 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1960,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Schiphol te Badhoevedorp.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 oktober 2003 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] (beiden wachtmeester der Koninklijke Marechaussee), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden “Jullie moeten oprotten, laat me met rust, homofielen”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging
Op 15 december 2004 heeft de politierechter de verdachte bij verstek veroordeeld ter zake van eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Vervolgens is tevergeefs getracht het verstekvonnis aan de verdachte te betekenen op 3 juni 2005. Hierna heeft geen daad van vervolging meer plaatsgevonden tot aan het moment dat de verdachte op 3 december 2015 is gedagvaard in hoger beroep. Gelet op artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) bedraagt de verjaringstermijn voor het tenlastegelegde misdrijf zes jaren, te rekenen vanaf de dag na het begaan van dat misdrijf (artikel 71 Sr), dan wel vanaf de datum dat de verjaring door een daad van vervolging is gestuit (artikel 72 Sr). Nu na de eerste poging tot betekening van het verstekvonnis meer dan zes jaren zijn verstreken alvorens een daad van vervolging heeft plaatsgevonden, is het feit verjaard en dient het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn strafvervolging.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. J.D.L. Nuis en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Dudok van Heel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 januari 2016.