Strafrecht overig
Jeugdzaak. Vrijspraak overtreding art. 2.18 APV Amsterdam.
ECLI:NL:GHAMS:2016:1878 · Gerechtshof Amsterdam · 12 mei 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2016-1878
Zaakgegevens
Op 12 mei 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 mei 2016
- Datum publicatie
- 13 mei 2016
- Zaaknummer
- 23-000417-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:1878
Samenvatting
Jeugdzaak. Vrijspraak overtreding art. 2.18 APV Amsterdam.
Uitspraak
Inhoudsopgave
parketnummer: 23-000417-16
datum uitspraak: 28 april 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 96-174094-15 tegen
[verdachte],
geboren te Amsterdam op [geboortedag] 1997,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 28 april 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 februari 2015 te Amsterdam zonder redelijk doel zich in of bij een portiek of een poort heeft opgehouden of op of tegen een raamkozijn en/of een drempel van een gebouw heeft gezeten en/of gelegen, immers heeft hij op de Dintelstraat in of bij een portiek gezeten.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is de inhoud van het proces-verbaal van overtreding met de daarbij gevoegde bijlagen onvoldoende om een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te dragen, zodat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd. Het hof zal de verdachte hiervan dan ook vrijspreken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M. van der Nat, mr. J.A.M. de Wit en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van mr. S. Ourahma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 april 2016.
Mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.