Strafrecht overig
Niet voldoen aan ambtelijk bevel (gebiedsverbod). Hechtenis 4 dagen.
ECLI:NL:GHAMS:2016:3401 · Gerechtshof Amsterdam · 23 augustus 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2016-3401
Zaakgegevens
Op 23 augustus 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 augustus 2016
- Datum publicatie
- 24 augustus 2016
- Zaaknummer
- 23-005026-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:3401
Samenvatting
Niet voldoen aan ambtelijk bevel (gebiedsverbod). Hechtenis 4 dagen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
parketnummer: 23-005026-15
datum uitspraak: 23 augustus 2016
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 december 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-199406-15 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 9 augustus 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 oktober 2015, op of rond 02.18, te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of art. 2.8 en/of 2.9B van de Algemene Plaatselijke verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam door [naam] van regio Amsterdam-Amstelland, die was belast met de uitoefening van enig toezicht, gegeven bevel of vordering, inhoudende -zakelijk weergegeven- om zich uit het gebied uitgaansgebied Centrum (Leidseplein en Rembrandtplein alsmede de verbindingswegen tussen de pleinen) te verwijderen en zich daar tot en met zondag 4 oktober 2015 24.00 uur niet meer te bevinden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 4 oktober 2015, rond 02.18, te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens art. 2.8 van de Algemene Plaatselijke verordening 2008, door of namens de burgemeester van Amsterdam door [naam] van regio Amsterdam-Amstelland, die was belast met de uitoefening van enig toezicht, gegeven bevel, inhoudende -zakelijk weergegeven- om zich uit het gebied uitgaansgebied Centrum (Leidseplein en Rembrandtplein alsmede de verbindingswegen tussen de pleinen) te verwijderen en zich daar tot en met zondag 4 oktober 2015 24.00 uur niet meer te bevinden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 200,00 subsidiair 4 dagen hechtenis.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte een geldboete niet kan betalen vanwege zijn financiële omstandigheden.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk niet voldoen aan een bevel dat hem was gegeven, inhoudende dat de verdachte zich moest verwijderen en zich verwijderd moest houden uit het overlastgebied ‘Centrum’. Door aldus te handelen heeft de verdachte een bevel van het openbaar gezag, gegeven ter handhaving van de openbare orde, genegeerd.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 augustus 2016 is hij eerder ter zake van verschillende strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, in beginsel een geldboete van € 200,00 passend en geboden. Nu de verdediging reeds te kennen heeft gegeven dat de verdachte een geldboete niet kan betalen en een werkstraf evenmin in de rede ligt, zal het hof in plaats daarvan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier dagen opleggen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. H.W.J. de Groot en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. L.J.M. Klop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 augustus 2016.
=========================================================================
[.]