Strafrecht overig
Vrijspraak poging tot zware mishandeling en bedreiging.
Gerechtshof Amsterdam, 6 september 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:3699 · Gerechtshof Amsterdam · 6 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2016-3699
Zaakgegevens
Op 6 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 september 2016
- Datum publicatie
- 15 september 2016
- Zaaknummer
- 23-002667-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:3699
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak poging tot zware mishandeling en bedreiging.
Uitspraak
parketnummer: 23-002667-15
datum uitspraak: 23 augustus 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2015 in de strafzaak onder parketnummer
13-253644-14 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1972,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 december 2015, 23 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet in een (bestel)bus (abrupt) gas heeft geven, terwijl hij met de voorkant van voornoemde (bestel)bus tegen de/het (voorwiel van de) snorfiets van voornoemde [slachtoffer] stond, waardoor de voornoemde snorfiets werd geraakt en/of de voornoemde snorfiets en/of voornoemde [slachtoffer] ten val zijn gekomen (tengevolge waarbij de voornoemde snorfiets schade heeft opgelopen en/of voornoemde [slachtoffer] letsel aan haar knie, althans aan haar lichaam heeft opgelopen),terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair:
hij op of omstreeks 12 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend in een (bestel)bus (abrupt) gas gegeven, terwijl hij met de voorkant van voornoemde (bestel)bus tegen de/het (voorwiel van de) snorfiets van voornoemde [slachtoffer] stond, waardoor de voornoemde snorfiets werd geraakt en/of de voornoemde snorfiets en/of voornoemde [slachtoffer] ten val zijn gekomen (tengevolge waarbij de voornoemde snorfiets schade heeft opgelopen en/of voornoemde [slachtoffer] letsel aan haar knie, althans aan haar lichaam heeft opgelopen).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.
Vrijspraak
Gelet op de situatie ter plaatse, de verklaring van de verdachte en de inhoud van het proces-verbaal VerkeersongevalsAnalyse van 26 januari 2016 – waarin kort gezegd is vermeld dat de hypothese dat de verdachte gas heeft gegeven onwaarschijnlijk is, en de hypothese dat de verdachte met zijn schoen van de koppeling is gegleden, waardoor zijn bestelbus met een schok tot stilstand kwam en tegen de scooter van aangeefster botste, zeer waarschijnlijk – heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte opzet had op het ten laste gelegde feit. Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. C.N. Dalebout en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van
A.F. Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
23 augustus 2016.
[........]
[........].