Strafrecht overig

Vrijspraak diefstal. Auto niet in eigendom overgedragen.

Gerechtshof Amsterdam, 2 september 2016

Zaakgegevens

Op 2 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 september 2016
Datum publicatie
20 september 2016
Zaaknummer
23-005276-15
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:3787
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak diefstal. Auto niet in eigendom overgedragen.

Uitspraak

Parketnummer: 23-005276-15

Datum uitspraak: 2 september 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 november 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13/706050-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te Distrikt [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1968,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
19 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 06 juni 2012 te Diemen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen a] een (bedrijfs)auto (merk Hyundai, gekentekend [kenteken]) en/of b] (een) geld(bedrag) (van euro 1.000,-), in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]. en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s); (Artikel 310 / 311 van het Wetboek van Strafrecht)

subsidiair:
hij op een tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 06 juni 2012 tot en met 10 juni 2012 te Diemen en/of te Almere, in elk geval in Nederland, tezamen en/of in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk a] een (bedrijfs)auto (Hyundai gekentekend [kenteken]) en/of b] (een) geld(bedrag) (van euro 1000,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten ad a] als verkocht goed (aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2]) en/of [slachtoffer 1] als aanbetaling voor die (Hyundai) (bedrijfs)auto, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; (Artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdachte heeft de auto niet in eigendom overgedragen aan de aangever en er is geen sprake geweest van enige aanbetaling. Er is dus geen wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zich enig goed heeft toegeëigend, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof zal de verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde nu de verklaring van aangever niet wordt bevestigd door enig ander bewijsmiddel.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. N.A. Schimmel en mr. E.H.M. Druijf, in tegenwoordigheid van
mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 september 2016.