Strafrecht overig

Nietige dagvaarding. Geen dagvaarding naar de feitelijke woonplaats die door de verdachte in verhoor is genoemd.

Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2016

Zaakgegevens

Op 22 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
22 september 2016
Datum publicatie
27 december 2016
Zaaknummer
23-000270-16
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:5585
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Nietige dagvaarding. Geen dagvaarding naar de feitelijke woonplaats die door de verdachte in verhoor is genoemd.

Uitspraak

Parketnummer: 23-000270-16

Datum uitspraak: 22 september 2016

NIET VERSCHENEN (niet-gemachtigde raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 januari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-701049-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedag] 1968,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

De dagvaarding in hoger beroep is op 26 juli 2016 aan de griffier van de rechtbank betekend, omdat, zoals uit een Informatiestaat SKDB-persoon van 26 juli 2016 volgt, van de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is.

Uit het proces-verbaal van verhoor van 11 januari 2016 blijkt echter dat de verdachte ten overstaan van de politie op de vraag waar hij woont of verblijft heeft geantwoord dat hij vaak verblijft bij zijn ex-partner en hun kind aan de [adres] in Amsterdam. Dit adres moet in dit geval naar het oordeel van het hof redelijkerwijs als de – voor de hand liggende en niet door latere opgave achterhaalde – feitelijke verblijfplaats van de verdachte worden aangemerkt. Op de voet van artikel 588, eerste lid, aanhef en onder b, sub 2°, van het Wetboek van Strafvordering diende getracht te worden de dagvaarding in hoger beroep op dat adres te doen plaatsvinden. Nu uit de stukken van het geding niet blijkt dat is getracht die dagvaarding uit te reiken op dat adres – zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied – en de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit blijkt dat de verdachte met de dag van de zitting van te voren bekend was, dient de dagvaarding in hoger beroep nietig te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. J.J.I. de Jong en mr. S. Bek, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 september 2016.

mr. M.J.A. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.