Strafrecht overig

Bevestiging m.u.v. de bewijsvoering.

Gerechtshof Amsterdam, 29 mei 2017

Zaakgegevens

Op 29 mei 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 mei 2017
Datum publicatie
26 juni 2017
Zaaknummer
23-003088-16
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2017:2440
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bevestiging m.u.v. de bewijsvoering.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003088-16

datum uitspraak: 29 mei 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 15-111029-16 en 09-819524-14 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedag] 1989,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

15 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde met uitzondering van ‘tezamen en in vereniging’ zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen met aftrek van voorarrest en de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep met uitzondering van de bewijsvoering als hierna te melden.

Bewijsvoering

T.a.v. bewijsmiddel I

Het hof neemt over bewijsmiddel I, in dier voege dat de laatste 12 regels vanaf ‘Vervolgens werd ik aangesproken door [naam 1]’ vervallen.

T.a.v. bewijsmiddel IV

Het hof zal dit bewijsmiddel vervangen door:

4. Een aangifteformulier winkeldiefstal van 28 mei 2016 betreffende de onderneming [bedrijf], gevestigd aan de [adres 2].

Dit formulier houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergeven, als verklaring van [naam 2], Assistent Supermarktmanager:

Op 28 mei 2016 heb ik gezien dat een persoon in het drogmetica pad meerdere producten in zijn tas stopte. Ik zag dat deze persoon tandpasta in een zwarte tas stopte. Ik zag dat deze persoon, zonder de goederen te hebben betaald, de kassa en de servicebalie passeerde en zich begaf in de richting van de uitgang. Ik heb deze persoon aangesproken op het meenemen van de producten in zijn tas die niet zijn afgerekend. Ik heb deze persoon aangehouden en overgebracht naar een onderzoeksruimte in dit pand. Deze persoon gaf op te zijn: [verdachte], geboren op [geboortedatum]. Met toestemming zijn is onderzocht. Bij hem zijn goederen van genoemde onderneming aangetroffen met een totale verkoopwaarde van € 235,72.

Toevoeging bewijsmiddel

Het hof voegt een bewijsmiddel toe:

5. Een geschrift, zijnde een scanbon met nummer 09150001, waarop – zakelijk weergegeven - staat vermeld:

[bedrijf] [adres 2]

9 Philips led, € 133,91

19 sensodyne € 101,81

Subtotaal € 235,72

28-05-2016.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. A.M. van Amsterdam en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van S.E.F. Rahimbaks, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 mei 2017.

Mr. A.M. van Amsterdam en mr. M. Gonggrijp-van Mourik zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.