Strafrecht overig
Verdachte no in hb te laat
ECLI:NL:GHAMS:2017:4043 · Gerechtshof Amsterdam · 21 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2017-4043
Zaakgegevens
Op 21 september 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 september 2017
- Datum publicatie
- 5 oktober 2017
- Zaaknummer
- 23-004196-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4043
Samenvatting
Verdachte no in hb te laat
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004196-16
datum uitspraak: 7 september 2017
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van
de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2013 in de strafzaak onder parketnummer
13-152636-13 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
adres: [adres] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
7 september 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 3 oktober 2013 te verschijnen ter terechtzitting van
de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De dagvaarding is de verdachte op 20 augustus 2013 in persoon betekend.
De verdachte is bij vonnis van de politierechter 3 oktober 2013 veroordeeld.
Tegen dit vonnis heeft de verdachte niet binnen de in artikel 408, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn van veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op
16 november 2016. Nu het hoger beroep niet tijdig is ingesteld, terwijl niet is gebleken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. M.J.A. Duker en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 september 2017.