Strafrecht overig
Hoger beroep gevangenhouding: beperkingen bevoegdheid rechter bij kortdurende schorsing voorlopige hechtenis.
ECLI:NL:GHAMS:2017:46 · Gerechtshof Amsterdam · 11 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2017-46
Zaakgegevens
Op 11 januari 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 januari 2017
- Datum publicatie
- 12 januari 2017
- Zaaknummer
- 13-680316-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:46
Samenvatting
Hoger beroep gevangenhouding: beperkingen bevoegdheid rechter bij kortdurende schorsing voorlopige hechtenis.
Uitspraak
Inhoudsopgave
13-680316-16
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende [adres 1],
thans verblijvende in het huis van bewaring Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2016, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft kennisgenomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 13 december 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. N. el Farougui.
De beoordeling
Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Gelet op de observaties, de verklaring van de bewoonster van de woning gelegen aan de [adres 2] te Amsterdam en de verklaring van de verdachte van 26 november 2016 (p. 34 ev van het dossier) acht het hof voldoende ernstige bezwaren ten aanzien van de feiten vermeld onder 3 op de vordering inbewaringstelling aanwezig. In dit stadium van de procedure ziet het hof geen aanleiding om de verklaring van aangeefster zonder meer terzijde te schuiven.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.
Gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport van 10 december 2016 ziet het hof geen mogelijkheid voor een verantwoorde schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Op grond van artikel 80, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering is voor een kortdurende schorsing van de voorlopige hechtenis voor het doel waarvoor de verdachte dit subsidiair vraagt de directeur van de Penitentiaire Inrichting de bevoegde autoriteit en niet het hof (Regeling tijdelijk verlaten inrichting), zodat het hof in zoverre niet over het mondelinge schorsingsverzoek kan oordelen.
13-680316-16
De beslissing
Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 11 januari 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.J.G.B. Heutink en R.A.F. Gerding, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 11 januari 2017,
de advocaat-generaal