Strafrecht overig
Verzoek ex art 89 Sv. De termijn voor het indienen van verzoekschriften als bedoeld in artikelen 89, 591 en…
Gerechtshof Amsterdam, 24 november 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:4879 · Gerechtshof Amsterdam · 24 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2017-4879
Zaakgegevens
Op 24 november 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 november 2017
- Datum publicatie
- 24 november 2017
- Zaaknummer
- R 000988-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4879
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek ex art 89 Sv. De termijn voor het indienen van verzoekschriften als bedoeld in artikelen 89, 591 en 591a Sv eindigt op de negentigste dag na beëindiging van de zaak als bedoeld in artikel 90 lid 3 Sv en wel om 24:00 uur,
Uitspraak
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: R 000988-17 (89 Sv HB)
Proces-verbaal politie: PL1100-2015277253
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 24 april 2017 op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[appellant] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. R.I. Takens, [adres] .
1 Inhoud van het verzoek
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat, tot een bedrag van a) € 105,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld proces-verbaal van politie alsmede
b) € 238,97, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van gederfde inkomsten.
2 Procesverloop
Het hoger beroep is -nadat op 25 april 2017 een daartoe strekkende volmacht aan de griffier is ingekomen- op 1 mei 2017 ingesteld namens verzoeker (hierna appellant).
Op 25 april 2017 heeft de advocaat een schriftuur inhoudende grieven ingediend.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 10 november 2017 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant noch diens advocaat is verschenen.
3 Beoordeling van het hoger beroep
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Het vonnis in die strafzaak is inmiddels onherroepelijk geworden.
De rechtbank heeft appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoekschrift op de laatste dag van de daarvoor gestelde termijn om 18:06 uur, na sluitingstijd van de griffie, is ingekomen.
Het hof overweegt dat dat uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat voor het indienen van verzoekschriften als bedoeld in artikelen 89, 591 en 591a Sv de termijn eindigt op de negentigste dag na beëindiging van de zaak als bedoeld in artikel 90 lid 3 Sv en wel om 24:00 uur, zoals is aangevoerd in de appelschriftuur van de advocaat.
Gelet op het voorgaande acht het hof het hoger beroep gegrond.
Nu het hoger beroep gegrond wordt geoordeeld, zal het hof bevelen hetgeen overeenkomstig de bepalingen der wet had behoren te geschieden.
Het inleidende verzoek is tijdig ingediend.
Appellant is op 20 juni 2016 in verzekering gesteld. Op 21 juni 2016 is appellant in vrijheid gesteld.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de onder a verzochte vergoeding.
De onder b verzochte vergoeding wijst het hof af omdat het verzoek in zoverre onvoldoende is gestaafd.
4 Beslissing
Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep.
Kent ten laste van de Staat aan appellant een vergoeding toe van € 105,00 (honderdvijf euro).
Wijst het meer of anders verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, M.L.M. van der Voet en C.M. Degenaar, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 24 november 2017.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking voor een bedrag van € 105,00 (honderdvijf euro), te betalen ten laste van de Staat aan appellant voornoemd door overmaking van bovenstaand bedrag op bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] t.n.v. [naam] .
Amsterdam, 24 november 2017.
Mr. R.D. Heffen, voorzitter.