Strafrecht overig

Palminvest. Toepassing van art. 416 tweede en derde lid Sv.

Gerechtshof Amsterdam, 12 juli 2018

Zaakgegevens

Op 12 juli 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
12 juli 2018
Datum publicatie
16 juli 2018
Zaaknummer
23-000997-15
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:2432
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Palminvest. Toepassing van art. 416 tweede en derde lid Sv.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-000997-15

Datum uitspraak: 26 juni 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-845004-09 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2017 en 26 juni 2018.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen de raadsman en de advocaat-generaal naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte en het openbaar ministerie in het hoger beroep

Blijkens hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd, wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Ook de advocaat-generaal heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat het openbaar ministerie het hoger beroep niet wil handhaven. Beide procespartijen wensen de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken en hebben niet langer een belang bij een beslissing op het hoger beroep. Daarom zullen de verdachte en het openbaar ministerie, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, mede gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. N.A. Schimmel en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 juni 2018.