Strafrecht overig
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van het bepaalde in artikel 404, tweede lid, onder a, Sv.
Gerechtshof Amsterdam, 16 oktober 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:4201 · Gerechtshof Amsterdam · 16 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-4201
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2018
- Datum publicatie
- 15 november 2018
- Zaaknummer
- 23-000015-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:4201
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van het bepaalde in artikel 404, tweede lid, onder a, Sv.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000015-17
datum uitspraak: 16 oktober 2018
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 december 2016 in de strafzaak onder parketnummer 81-071016-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen door de verdachte, de raadsman en de advocaat-generaal naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Op 30 december 2016 is de verdachte door de economische politierechter schuldig verklaard zonder oplegging van straf voor het subsidiair ten laste gelegde, te weten een overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet. De verdachte is daarbij vrijgesproken van het primair ten laste gelegde opzettelijk begaan van dit feit.
Uit de akte rechtsmiddel blijkt dat de verdachte op 30 december 2016 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter.
Het hof dient eerst de vraag te beantwoorden of de verdachte ontvankelijk is in het door haar ingestelde hoger beroep, waarbij het acht slaat op het bepaalde in artikel 404, tweede lid, onder a, Sv alwaar met zoveel woorden staat dat tegen vonnissen betreffende overtredingen geen hoger beroep open staat voor de verdachte die met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel werd opgelegd. Voor de vraag of een vonnis een misdrijf of een overtreding betreft is, gelet op de tekst en strekking van het artikel, de bewezenverklaring bepalend en niet de wijze waarop de tenlastelegging is ingericht.
Het door de verdachte ingestelde hoger beroep heeft betrekking op hetgeen door de economische politierechter bewezen is verklaard, te weten de overtreding. De verdachte is daaraan schuldig verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel. Hetgeen in beslag genomen is, is aan de verdachte teruggegeven. Door het openbaar ministerie is geen hoger beroep ingesteld.
Bij deze stand van zaken staat tegen het vonnis geen hoger beroep open zodat de verdachte daarin niet kan worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. P.C. Römer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van
mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 oktober 2018.
mrs. Römer en Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.