Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam, 23 februari 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:594 · Gerechtshof Amsterdam · 23 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-594
Zaakgegevens
Op 23 februari 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 februari 2018
- Datum publicatie
- 26 februari 2018
- Zaaknummer
- 23-002429-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:594
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Oproeping nietig.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002429-16
datum uitspraak: 9 februari 2018
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-701436-16 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 februari 2018.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Geldigheid van de dagvaarding
Getracht is de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 9 februari 2018 – blijkens de daarbij horende akte – te betekenen door toezending van de oproeping aan het adres [adres 2], het adres waarop de verdachte blijkens de Informatiestaat SKDB-persoon van 4 december 2017 in de Basisregistratie Personen stond ingeschreven sinds 8 maart 2016. De oproeping is verzonden naar dit adres en op 5 december 2017 aan de griffier van de rechtbank uitgereikt.
In het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 augustus 2016 van dit gerechtshof staat als adres van de verdachte opgenomen: [adres 1]. Bij gelegenheid van die zitting is de voorlopige hechtenis van de verdachte geschorst. Het betreffende adres staat ook op de afzonderlijke schorsingsbeslissing vermeld. Het hof gaat er derhalve van uit dat dit het volledige adres van de verdachte is. Het hof heeft geconstateerd dat niet is getracht de oproeping toe te zenden aan voornoemd adres.
Uit hetgeen het hof hiervoor heeft vastgesteld volgt dat de oproeping om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend. De oproeping dient op grond daarvan – nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen – nietig te worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de oproeping in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. F. van den Brink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
9 februari 2018.