Strafrecht overig
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling. Gewijzigde persoonlijke omstandigheden. Vordering afgewezen.
Gerechtshof Amsterdam, 27 maart 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:1248 · Gerechtshof Amsterdam · 27 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-1248
Zaakgegevens
Op 27 maart 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 maart 2019
- Datum publicatie
- 10 april 2019
- Zaaknummer
- 001469-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:1248
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling. Gewijzigde persoonlijke omstandigheden. Vordering afgewezen.
Uitspraak
beslissing
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
rekestnummer: 001469-18
parketnummer: 23-000507-16
BESLISSING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING
Naar aanleiding van de op 7 december 2018 ter griffie van dit gerechtshof ingekomen vordering van de advocaat-generaal bij dit hof van die datum betreffende het op 10 april 2018 onherroepelijk geworden arrest van dit gerechtshof van 25 november 2016 in de strafzaak onder bovenvermeld parketnummer tegen:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1986,
adres: [adres 1] ,
bij welk arrest voornoemde [veroordeelde] is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen met bevel dat een op 65 dagen bepaald gedeelte van die gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd (een van) de bijzondere voorwaarden inhoudende:
-
meldplicht bij de reclassering, afdeling Inforsa, aan de [adres 2] ;
-
verplichte behandeling voor zijn middelen- en agressieproblematiek bij de Forensische Ambulante Zorg (FAZ) van Inforsa in Amsterdam, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;
is het hof tot een beslissing gekomen.
Inhoud van de vordering
Namens het openbaar ministerie heeft de advocaat-generaal tijdig een schriftelijke vordering ingediend inhoudende, dat het hof de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf zal gelasten aangezien de veroordeelde zich niet aan de gestelde bijzondere voorwaarden heeft gehouden.
Procesgang
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in het dossier, waaronder het rapport van 19 november 2018 van Reclassering Inforsa Amsterdam, opgemaakt door [naam] , reclasseringswerker.
Het hof heeft de vordering behandeld op de openbare terechtzitting van 27 maart 2019. Daar zijn gehoord de veroordeelde en zijn advocaat mr. P. Scholte, de advocaat-generaal mr. J. Weening en [naam] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Inforsa (hierna: de reclassering).
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.
De advocaat heeft eveneens afwijzing van de vordering bepleit.
Beoordeling
De veroordeelde is na een behandeling op tegenspraak veroordeeld tot de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 65 dagen waarvan thans de tenuitvoerlegging wordt gevorderd.
Blijkens het advies van de reclassering gedateerd 19 november 2018 heeft de veroordeelde de bijzondere voorwaarden niet nageleefd.
Vlak voor de behandeling van de vordering heeft de advocaat van de veroordeelde aan het hof een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 maart 2019 (parketnummer 13-684514-18) betreffende de verdachte doen toekomen, waaruit blijkt dat de onderhavige vordering ook in die zaak aan de orde is geweest. Uit het vonnis blijkt dat de rechtbank deze vordering gemotiveerd heeft afgewezen, de proeftijd heeft verlengd met één jaar en de bijzondere voorwaarden heeft aangevuld.
Ter terechtzitting heeft reclasseringswerker [naam] het verloop van het toezicht nader toegelicht. Hij heeft verklaard dat de reclassering in de periode voorafgaand aan het advies van 19 november 2018 geen contact kon krijgen met de veroordeelde. Sinds 12 februari 2019 is er weer contact, houdt de veroordeelde zich aan de afspraken en werkt hij mee aan de urinecontroles. De reclassering heeft met de aangevulde bijzondere voorwaarden voldoende mogelijkheden om de veroordeelde te begeleiden. Het is aan de veroordeelde echter duidelijk gemaakt dat zijn medewerking de eerste voorwaarde is om die begeleiding te laten slagen.
De veroordeelde heeft verklaard dat hij begrijpt dat dit zijn laatste kans is en dat hij, na een terugval vorig jaar, nu op de goede weg is om de draad weer op te pakken. Hij heeft een vast patroon en een positieve dagbesteding en heeft, mede daardoor, geen terugval meer gehad.
Gelet op het voorgaande acht het hof termen aanwezig de vordering van de advocaat-generaal af te wijzen.
Beslissing
Het hof:
Wijst af de vordering van de advocaat-generaal.
Deze beslissing is genomen door mr. M.J.A. Plaisier, mr. R.D. van Heffen en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart 2019.
mr. M. Iedema is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.