Strafrecht overig
Woninginbraak en bedreiging. Herkenning verdachte op stills door vier verbalisanten. Geen reden te twijfelen…
ECLI:NL:GHAMS:2019:2116 · Gerechtshof Amsterdam · 26 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-2116
Zaakgegevens
Op 26 juni 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 juni 2019
- Datum publicatie
- 26 juni 2019
- Zaaknummer
- 23-001091-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2116
Samenvatting
Woninginbraak en bedreiging. Herkenning verdachte op stills door vier verbalisanten. Geen reden te twijfelen aan betrouwbaarheid processen-verbaal of herkenningen. Verschil verklaringen aangever en getuige inzake bedreiging van ondergeschikt belang.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001091-17
Datum uitspraak: 25 juni 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer
15-871726-16 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging aanvult. Voorts vult het hof de toepasselijke wettelijke voorschriften aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Bewijsoverwegingen
Feit 1
De raadsman heeft de (betrouwbaarheid van de) herkenningen van de verdachte door vier verbalisanten betwist op de volgende gronden. In algemene zin bestaat altijd enige ruimte voor twijfel en neemt men slechts gelijkenissen waar. De waarnemingen kunnen om die reden slechts als ondersteunende factor voor overige in het dossier aanwezige bewijsmiddelen dienen. Dergelijk (steun)bewijs bestaat in dit geval niet. De tweede persoon op de stills in het dossier is niet herkend en dus kan niet worden vastgesteld dat het gaat om een bekende van de verdachte. Daarnaast zijn de kleding en het petje van de eerste persoon, die de verbalisanten herkennen als de verdachte, niet tijdens een huiszoeking bij de verdachte aangetroffen. Onderzoek aan de telefoon van de verdachte toont evenmin aan dat deze telefoon ten tijde van het delict een zendmast in Zaandam heeft aangestraald.
Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de aangever en diens moeder pas na het bekijken van de camerabeelden melding hebben gemaakt van diefstal van de (waargenomen) tassen van Albert Heijn en Didato, waarmee de vermeende inbrekers de woning hebben verlaten. Gelet op het voorgaande kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat deze personen verantwoordelijk zijn voor de gepleegde inbraak.
Het hof verwerpt deze verweren en overweegt als volgt.
De desbetreffende stills in het dossier zijn van zeer goede kwaliteit en de betrokken persoon kijkt op een aantal hiervan recht in de camera. Vier verbalisanten hebben de persoon op de stills in het dossier als de verdachte herkend. De waarnemingen van de vier verbalisanten zijn afzonderlijk van elkaar gedaan en geverbaliseerd, waarbij is vermeld dat de verbalisanten de verdachte voordien met een zekere regelmaat in persoon hebben gezien en/of gesproken. Het hof ziet geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de processen-verbaal of aan de herkenningen. De omstandigheden dat de andere persoon op de stills niet is herkend en de kleding van de (als verdachte herkende) persoon op de stills niet in de woning van de verdachte is aangetroffen, doen hieraan niet af. Het feit dat de telefoon van de verdachte geen zendmast in Zaandam heeft aangestraald ten tijde van het delict, sluit geenszins uit dat de verdachte zich toen wel in Zaandam bevond.
De aangever heeft verklaard dat tassen van Albert Heijn, Questo en Didato waren weggenomen. Nadat de aangever was verteld dat de Questo-tas niet op de camerabeelden te zien was, heeft de aangever verklaard dat het dan – naast de tas van Albert Heijn – om de tas van Didato moest gaan. Het verweer op dat punt mist dus feitelijke grondslag.
Feit 2
De raadsman heeft vrijspraak bepleit op de grond dat de aangever en getuige [getuige] over verschillende momenten en daarmee niet over hetzelfde voorval hebben verklaard, nu de bedreigingen volgens de aangever zijn gedaan alvorens de politieagenten de cel van de verdachte betraden en dit volgens [getuige] pas daarna is gebeurd.
Het hof verwerpt dit verweer, nu het door de raadsman genoemde verschil tussen de verklaringen van de aangever en die van getuige [getuige] van ondergeschikt belang is en het dossier voldoende bewijs van de tenlastegelegde bedreiging bevat.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.M. van Woensel en mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juni 2019.
mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]