Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam, 25 juni 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2483 · Gerechtshof Amsterdam · 25 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-2483
Zaakgegevens
Op 25 juni 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 juni 2019
- Datum publicatie
- 17 juli 2019
- Zaaknummer
- 23-000325-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2483
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000325-18
datum uitspraak: 25 juni 2019
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-231227-17 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
adres: [adres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2019.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De zaak van de verdachte is eerder ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde gekomen op de (pro-forma) terechtzitting van 7 februari 2019. Blijkens een nadien ontvangen e-mailbericht van 24 juni 2019 van de raadsman van de verdachte wenst de verdachte de eerder bij hem levende bezwaren tegen het vonnis niet langer te handhaven. De raadsman verzoekt het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. M.J.A. Plaisier en mr. N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 juni 2019.
mr. N.C. Laatsch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.